Zorg dat het systeem niet gedurende lange tijd aan extreme omgevingsomstandigheden wordt blootgesteld.
Als het systeem aan extreme omgevingsomstandigheden is blootgesteld, bijvoorbeeld tijdens transport of opslag,
laat het dan eerst op kamertemperatuur komen.
Stel een verpakte klep niet af terwijl de klep zich op een metalen oppervlak bevindt, zoals een Mayo-tafel.
Cumulatieve veranderingen in de klepinstelling groter dan 40 mm H
Houd patiënten goed in de gaten in de eerste 24 uur na de afstelling en let op eventuele veranderingen in de klinische
toestand.
Controleer voor gebruik de aansluitingen van de programmeereenheid en zender (zieHet VPV-systeem instellen).
Ongeoorloofde wijzigingen die worden aangebracht aan het systeem kunnen leiden tot onjuist functioneren,
met mogelijk ernstige of fatale gevolgen voor de patiënt.
Gevaar voor elektrische schokken: maak de programmeer- of zendereenheid niet open. Laat onderhoud/reparaties
uitsluitend uitvoeren door gekwalificeerd personeel. Ter voorkoming van het risico van stroomstoten mag deze
apparatuur alleen worden aangesloten op geaarde netstroom.
Explosiegevaar: gebruik het systeem niet in de buurt van ontvlambaar materiaal, zoals anaesthetica, oplosmiddelen,
schoonmaakvloeistoffen of endogene gassen.
De programmeereenheid en de zender mogen niet worden gesteriliseerd of in een vloeistof worden ondergedompeld.
Er mogen geen vloeistoffen in de zender komen.
Het gebruik van andere accessoires, transductors en/of andere kabels dan de gespecificeerde, met uitzondering van die
door de fabrikant worden verkocht ter vervanging van interne onderdelen, kunnen leiden tot verhoogde emissies of een
vermindering van de immuniteit van de apparatuur of het systeem.
De apparatuur of het systeem mogen niet naast of bovenop onder andere apparatuur worden gebruikt. Indien dit niet
kan worden vermeden, moet de apparatuur worden gadegeslagen om na te gaan of deze in de gebruikte opstelling
normaal werkt.
Het VPV-systeem instellen
Opmerking: De programmeereenheid is zo ontworpen dat deze, indien gewenst, tijdens alle activiteiten in de draagkoffer
kan blijven.
1
Steek de aansluitbus van de netsnoer van de programmeereenheid in de aansluiting op de rechterbovenzijde van het
bovenpaneel van de programmeereenheid. Steek het stekkeruiteinde van de netsnoer van de programmeereenheid in
de stroomvoorziening.
2
Schakel de aan-uitschakelaar van de programmeereenheid in. Het lcd-venster aan de voorzijde van de
programmeereenheid licht op en geeft de volgende tekst ongeveer 3 seconden weer:
Opmerking: het versienummer van de software kan anders zijn dan hierboven wordt getoond.
3
Op het lcd-venster verschijnt de volgende mededeling:
GEÏMPLANTEERDE KLEP
4
Ga verder naar het afstellen van de klep.
(392 Pa) binnen een etmaal zijn niet wenselijk.
2
CODMAN VPV
VERSIE 1.01
A.U.B. DRUK
SELECTEREN
De klep afstellen
Kleppen kunnen op drie manieren worden afgesteld:
•
Verpakte-klepmodus
•
Geïmplanteerde-klepmodus
•
Verpakte-klepmodus met een geïmplanteerde klep
Klepafstelling: Verpakte-klepmodus
Het is raadzaam de klep af te stellen voordat deze wordt geïmplanteerd. Hiermee vergemakkelijkt men het afstellen en
wordt onmiddellijke visuele verificatie van de afstelling mogelijk gemaakt. Zie bijlage A: Klepafstelling verifiëren: visueel of
middels röntgenopnamen.
1
Volg Het VPV-systeem instellen om de apparatuur in te stellen en in te schakelen.
2
Om de verpakte-klepmodus te selecteren, drukt u op de moduskeuzeknop totdat de led onder het pictogram
van de verpakte-klepmodus oplicht. De programmeereenheid geeft een pieptoon en het lcd-venster geeft het
volgende bericht weer:
3
Druk op de juiste drukkeuzeknop op het voorpaneel. De programmeereenheid geeft een pieptoon; de bijbehorende
led licht op en de lampjes op de zender lichten op. Tegelijkertijd verschijnt de volgende mededeling in het venster:
4
Zie Afbeelding 4. Zorg dat de pijl op de zender in dezelfde richting wijst als de pijl op de doorzichtige plastic
blister (de stroomrichting). Plaats de vier voeten van de zender in de vier uitsparingen in de blisterverpakking
rondom de inlaatklep. Controleer of het inlaatgedeelte van de klep gecentreerd is onder de zender.
Opmerking: Gebruik geen contactgel in de verpakte-klepmodus.
5
Druk op de startknop van de zender. De programmeereenheid geeft een pieptoon en in het venster verschijnt de
volgende mededeling:
VOORZICHTIG: Verplaats de zender niet tijdens het afstellen
6
Tijdens het afstellen lichten de drukkeuzeknoppen opeenvolgend op en de programmeereenheid laat een reeks
klikken horen, totdat de gekozen instelling aan de klep is doorgegeven.
7
Wanneer het afstellen voltooid is (ongeveer 3 seconden), geeft de programmeereenheid een lange pieptoon en
verschijnt de volgende mededeling op het venster:
De klepinstelling kan visueel of middels röntgenopnamen worden geverifieerd. Zie bijlage A.
33
VERPAKTE KLEP
A.U.B. DRUK
SELECTEREN
VERPAKTE KLEP
POSITIE
TRANSMITTERKOP
DRUK OP START
AANPASSING KLEP
EVEN GEDULD A.U.B.
AANPASSING VOLTOOID
DRUK OP EEN TOETS
NL – NEDERLANDS