OPGELET: Zet uw voeten niet op de bodemplaat van het laadstation.
Plaats van de stroomvoorziening bepalen
WAARSCHUWING: Knip of verleng de laagspanningskabel niet. Er
bestaat een risico op een elektrische schok.
WAARSCHUWING: De stroomkabel en de laagspanningskabel
moeten zich buiten de maaizone bevinden om beschadiging van de
kabels te voorkomen.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de stekkers van de
laagspanningskabel en de stroomvoorziening schoon en droog zijn
voordat u ze aansluit.
OPMERKING: Er mogen maximaal twee laagspanningskabels worden
gebruikt; het gebruik van meer kabels heeft een negatief effect op de
laadefficiëntie van het product.
OPGELET: Zorg ervoor dat de messen op het product de
laagspanningskabel niet doorsnijden.
OPGELET: Rol de laagspanningskabel niet op. De spoel veroorzaakt
storing met het signaal van het laadstation.
◾
Plaats de stroomvoorziening in een ruimte met een dak en
beschermd tegen zon en regen.
◾
Plaats de stroomvoorziening in een ruimte met een goede
luchtstroom.
◾
Plaats de stroomvoorziening op een hoogte van minstens 30 cm
boven de grond.
◾
Gebruik een aardlekschakelaar (RCD) met een uitschakelstroom
van maximaal 30 mA wanneer u de stekker van de
stroomvoorziening in het stopcontact steekt.
Laadstation monteren (Afb. I)
GNSS-signaal controleren en locatie van het laadstation
vastzetten (Afb. J)
1.
Zorg ervoor dat de maaier zich in het laadstation bevindt;
de laadstatusindicator zal groen knipperen of continu groen
branden.
2.
Volg de aanwijzingen in de app. Tik op Start > Volgende
3.
Wanneer de automatische controle succesvol is voltooid, kunt u
het laadstation met de meegeleverde 6 schroeven aan de grond
bevestigen. Indien niet, verplaats het laadstation en probeer het
opnieuw. Volg de aanwijzingen in de app.
4.
Bevestig de laagspanningskabel met de haringen aan de grond.
WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat de laagspanningskabels niet op
het gazon worden geplaatst of op plekken waar de maaier overheen kan
rijden. Anders kunnen de kabels beschadigd raken.
Naar de nieuwste firmware bijwerken
De EGO AURA-R2 maakt gebruik van Over-The-Air (OTA) om de
firmware te updaten. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de
EGO AURA-R2, wordt het aangeraden voor ingebruikname de nieuwste
firmwareversie via de app te installeren.
Tik op
(Apparaatgegevens) > Firmware-update
Het wordt aanbevolen de optie 'Automatische updates toestaan' in te
schakelen, zodat de robotmaaier altijd up-to-date blijft en de beste
prestaties levert.
De maaier voltooit de update wanneer aan de volgende voorwaarden is
voldaan:
◾
Zorg ervoor dat de maaier is ingeschakeld en aan de antenne is
gekoppeld, indien u de ARA2000 hebt aangeschaft.
◾
De maaier bevindt zich in het laadstation; zorg voor goede
contacten tussen de maaier en het laadstation.
◾
Het accuniveau van de maaier moet hoger zijn dan 30%.
◾
De maaier heeft een stabiele netwerkverbinding.
Volg de instructies in de app en wacht 10–30 minuten totdat
de firmware-update automatisch is voltooid, afhankelijk van de
netwerkcondities. Schakel het apparaat niet uit en voer geen andere
handelingen uit tijdens dit proces. U kunt de maaier gebruiken zodra de
app aangeeft dat de update succesvol is afgerond.
Voorbereiding vóór het in kaart brengen
Volg de aanwijzingen in de app.
De maaizone in kaart brengen
De grens in kaart brengen (Afb. K)
Een grens is een virtuele lijn die wordt gebruikt om de maaizone van de
maaier te definiëren.
Als u meer dan één gazon hebt, of een groot gazon dat in meerdere
delen moet worden verdeeld, maak dan meerdere zones en verbind
deze met transportpaden.
Voor de RMR1500E/RMR3000E kunnen maximaal 20 maaizones op één
kaart worden aangemaakt.
Voor de RMR6000E kunnen maximaal 40 maaizones op één kaart
worden aangemaakt.
1.
Zorg ervoor dat de maaier is ingeschakeld. Met een Bluetooth
verbinding maakt uw smartphone automatisch verbinding met
de maaier.
OPMERKING: Als de maaier vergrendeld is, moet u de pincode invoeren
voordat u de maaier kunt bedienen.
2.
Tik Start met in kaart brengen > Elementen toevoegen > Grens.
3.
De app zal de maaier kalibreren om een nauwkeurige
positionering te garanderen. Wanneer de kalibratie is voltooid,
volg de instructies op het scherm van de app om de volgende
stappen te voltooien.
4.
Zoek een geschikt startpunt langs de rand van uw gazon en
gebruik de app om de maaier naar die locatie te rijden. Blijf
tijdens het in kaart brengen binnen 6 meter van de maaier.
5.
Houd een minimale afstand van 10 cm tot muren, hekken en
andere obstakels (zoals bomen).
6.
Rijd met de app-besturing de maaier langs de rand van het
gazon om de grens te markeren.
7.
Volg de aanwijzingen in de app om het werkgebied op te slaan
of om meer kaartelementen aan te maken. Zorg ervoor dat u
opslaat zodra het laatste kaartelement is aangemaakt.
OPGELET: Gebruik het product niet op grind.
ROBOTMAAIER — RMR1500E/RMR3000E/RMR6000E
NL
-
®
137