Installatie Van De Vlotterschakelaars - Zenit GRS Manuel De Première Installation

Table des Matières

Publicité

Les langues disponibles
  • FR

Les langues disponibles

  • FRANÇAIS, page 9
www.motralec.com / service-commercial@motralec.com / 01.39.97.65.10
Handleiding voor eerste installatie – Vertaling van de originele instructies
5. houd personen en objecten op minstens 1 meter van de elektropomp van-
daan;
6. schakel de startschakelaar heel even in;
7. controleer wanneer mogelijk via de aanzuigopening of het rooster of de waai-
er tijdens het stoppen tegen de klok in draait of controleer of de richting van
de terugslag overeenkomt met de rode pijl op de sticker op de elektropomp.
Als de draairichting tegenovergesteld is, wissel dan twee van de drie voedings-
geleiders om en probeer het opnieuw door de beschreven handelingen te her-
halen.
Als u heeft vastgesteld weke aansluiting overeenkomt met de correcte draai-
richting, MARKEER dan de exacte aansluitingsvolgorde van de kabels aan de
installatie, DEACTIVEER de provisorische elektrische aansluiting en installeer
de elektropomp op de gewenste plek.
Ga over tot de definitieve elektrische aansluiting door eerst de geelgroene ge-
NL
leider aan de aardingsleiding aan te sluiten en vervolgens de andere geleiders.
5. INSTALLATIE
• De elektropomp in de vloeistof onderdompelen met een kabel of een ketting
die aan het handvat is aangesloten.
• De put waar de elektropomp eventueel in geïnstalleerd wordt dient een dus-
danige afmeting hebben dat de vlotter vrijuit kan bewegen.
• De afmeting van de putten dient zodanig te zijn dat de elektropomp niet een
te groot aantal aan/uit cyclussen maakt, in ieder geval niet meer dan staat
aangegeven op het specifieke technische schema van ieder model.
• Controleren of de vloeistoffen in het bassin niet vlakbij de elektropomp bin-
nenkomen of er naar toe geleid worden, en of het verschil tussen het vloei-
stofpeil van de inlaat en dat wat minimaal toegestaan is in het bassin niet al
te groot is, om cavitatieproblemen vanwege luchtaanzuiging te voorkomen.
• Om de motor goed te laten afkoelen mag het minimale vloeistofpeil in het bas-
sin nooit onder de bovenklep van de elektropomp uitkomen.
• Bij installatie van modellen met koelmantel of modellen die op het droge kun-
nen functioneren, kan het minimale vloeistofpeil dalen tot onder de bovenklep
op de elektropomp, maar dient het altijd boven het pomphuis te blijven, om
draaikolken en daardoor luchtinlaat te voorkomen.
• Controleren of het minimale vloeistofpeil correct is, ook in verhouding tot het
werkingspunt, zodat de elektropomp regelmatig kan functioneren.
• Controleren of de elektropomp niet buiten haar karakteristieke kromme werkt.
LET OP De verpompte vloeistof kan verontreinigd worden door lekkage van de
smeerolie.
5.1 Vrije (afb. 2 pag. 74) en vaste (afb. 3 pag. 74) installatie
De elektropomp op de bodem van het bassin laten steunen.
Als het model geen geïntegreerde steunpoten heeft, dient men voor een perfecte
stabiliteit van de elektropomp en de juiste hoogte van de zuigmond de speciale
onderplaat te gebruiken.
5.1.1 Vrije installatie (afb. 2 pag. 74)
De persmond van de elektropomp met behulp van een slangaansluiting aanslui-
ten op een flexibele leiding.
De interne doorsnede hiervan moet minimaal gelijk zijn aan die van de pers-
mond.
Bij voorkeur een leiding met spiraalversterking of een vormvaste soort gebrui-
ken, zodat de vrije doorgang altijd constant blijft, ook bij bochten of als de richting
wijzigt.
De leiding met een metalen klemring op het verbindingsstuk vastzetten.
5.1.2 Vaste installatie (afb. 3 pag. 74)
De elektropomp op een metalen of stijve leiding aansluiten.
Ook is het mogelijk om met behulp van een speciaal verbindingsstuk de elektro-
pomp op polyethyleen leidingen aan te sluiten.
Het is aan te bevelen om een afsluitklep en een balkeerklep met vrije doorgang
te installeren met behulp van een verbindingsleiding met een lengte van L > 5 Di
(Di= binnendiameter van de aansluitslang).
5.2 Installatie metexterne koppelinrichting (afb. 4 pag. 74)
De modellen met verticale toevoer kunnen worden geïnstalleerd met een ex-
terne koppelinrichting, die bestaat uit een vast en een beweegbaar deel.
Het vaste deel is verbonden aan de leiding van de installatie middels de genor-
maliseerde flens DN50 of de gasdraad 2".
Het beweegbare deel is aan de toevoeropening van de elektropomp gekoppeld
middels een buisstuk met een geschikte lengte.
Deze inrichting zorgt ervoor dat de elektropomp eenvoudig van de installatie
gescheiden kan worden en kan ook, aangezien er geen werkzaamheden op de
bodem van het reservoir nodig zijn, gemonteerd wordenzonder dat het reservoir
geledigd hoeft te worden.
5.3 Installatie met koppelinrichtingop de bodem (afb. 5A – 5B pag. 74)
Met dit type installatie, voor elektropompen met horizontale persmond, kan de
elektropomp uit het bassin worden gehaald en zonder extra handelingen snel
16
weer worden teruggeplaatst .
Ga als volgt verder:
1. De schuifflens vastzetten aan de persmond van de elektropomp met de
schroeven die bij het koppelingsapparaat zijn geleverd;
2. De persleiding van de installatie op het koppelingsapparaat aansluiten. Het is
raadzaam om een afsluitklep en een balkeerklep met vrije doorgang te instal-
leren, met behulp van een verbindingsleiding met een lengte van L > 5 Di (Di=
binnendiameter van de aansluitslang);
3. Het koppelingsapparaat stevig op de bodem van het bassin vastzetten;
4. De geleidebuizen aan het koppelingsapparaat vastzetten en het bovenste uit-
einde ervan aan de wand van het bassin vastzetten door middel van de bijge-
leverde afstandsbeugel; dit om de evenwijdigheid en de benodigde stevigheid
van het systeem te waarborgen.
5. De pomp wordt neergelaten door middel van een kabel of ketting, vastge-
haakt aan het handvat op het bovenste deel van de motorklep, terwijl de flens,
die aan de zuigmond van de elektropomp is gekoppeld, langs de buisgelei-
ders glijdt totdat deze bij het koppelingsapparaat komt.
5.4 Installatie in droge opstelling of half onder water (afb. 6 pag. 74)
Elektropompen zonder koelmantel kunnen alleen in droge opstelling of half onder
water worden geïnstalleerd met intermitterende periodieke werking (modus S3),
volgens het percentage dat op het typeplaatje staat aangegeven.
Voor het installeren in droge opstelling wordt de elektropomp voorzien van een
zuigflens, voor het vastzetten aan een gebogen onderplaat.
5.5 Installatie in droge opstelling of half onder water met koelmantel
(afb. 7 pag. 74)
De koelmantel garandeert een continue werking van de elektrische dompelpomp
(S1), ook wanneer deze gedeeltelijk is ondergedompeld of in droge opstelling is
geïnstalleerd.
Met deze toepassing kan de vloeistof in het bassin als koelvloeistof worden
gebruikt, als het schoon genoeg is en zonder vaste deeltjes, of water uit een
extern circuit.
Voor het installeren in droge opstelling wordt de elektropomp voorzien van een
zuigflens, voor het vastzetten aan een gebogen onderplaat.
5.5.1 Koelsysteem met gesloten mantel (afb. 7A pag. 74)
De vloeistof waarin de elektropomp is ondergedompeld wordt, dankzij de speci-
ale vorm van het achtergedeelte van de waaier, door de uitsparing tussen kast
en mantel geleid, zodat de motor goed wordt afgekoeld. Wanneer de uitsparing
gevuld is wordt de vloeistof via een canule opgezogen in het pomphuis en uit-
eindelijk verwijderd.
LET OP Dit systeem kan alleen met schone vloeistof worden gebruikt, zonder
vaste of vezelige deeltjes.
5.5.2 Koelsysteem met open mantel (afb. 7B pag. 74)
De koelvloeistof die in de uitsparing tussen kast en mantel wordt geleid komt uit
een externe drukbron.
De elektropomp heeft twee aansluitingen voor een Rilsan-slang.
De aansluiting waarop het etiket "ENTRATA - IN" met de waterinlaatleiding
verbinden.
Degenen waar " USCITA - OUT" op staat met de circuitafvoer verbinden.
De temperatuur van de koelvloeistof bij de inlaat van de mantel mag niet boven
de 40°C komen.
Het debiet van de installatie mag 2-3 l/min en de maximale druk niet hoger dan
0.2 bar.
Het koelcircuit moet minstens 10 seconden voor de ontsteking van de
elektropomp worden geactiveerd en mag niet eerder worden gedeactiveerd dan
wanneer de pomp volledig stilstaat.
6. AANZUIGOPENING
De zuigmond van de elektropomp heeft een rooster die het binnendringen van
vreemde voorwerpen, groter dan de vrije doorgang van de elektropomp, tegen-
gaat.
Het is aan te raden het aanzuigrooster niet te verwijderen, behalve wanneer dit
uitdrukkelijk wordt toegestaan.
Regelmatig controleren of de zuigmond en het eventuele rooster vrij blijven, om
verstopping of blokkering van de waaier te voorkomen.
De GR modellen hebben een draaiend mes met drie bladen, dat de vaste en
vezelige deeltjes fijn snijdt en blokkeren van de waaier voorkomt.
Regelmatig controleren of het mes en de plaat van het snijsysteem vrij van af-
valresten zijn.
Tijdens de schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden altijd de elektropomp
van de stroom loskoppelen, werken met de aanbevolen persoonlijke bescher-
mingsmiddelen en de grootste zorg betrachten.

7. INSTALLATIE VAN DE VLOTTERSCHAKELAARS

De elektrische pomp kan geleverd worden met een vlottende schakelaar en de
werking ervan is volledig automatisch (afb. 8 pag. 74).
Controleren of geen enkel voorwerp de beweging ervan kan belemmeren. Het is
belangrijk dat de kabels elkaar niet hinderen en niet in elkaar draaien of geklemd
water solutions

Publicité

Table des Matières
loading

Table des Matières