8.11 Stroomparameters
Apparaten voor elektrische stimulatie werken met de volgende stroominstellin-
gen, die afhankelijk van de instelling verschillende e ecten op de stimulerende
werking hebben:
Impulsvorm
De impulsvorm beschrijft de tijdfunctie van de stimula-
tiestroom.
Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen monofasi-
sche en bifasische pulsstromen. Bij monofasische puls-
stromen stroomt de stroom in één richting, bij bifasische
pulsstromen verandert de stimulatiestroom van richting.
In het digitale EMS/TENS-apparaat is uitsluitend sprake
van bifasische pulsstromen, omdat deze de spieren ontlasten, vermoeidheid
van de spieren verminderen en een veiligere behandeling mogelijk maken.
Impulsfrequentie
De frequentie geeft het aantal afzonderlijke impulsen per
seconde aan en wordt in Hz (hertz) weergegeven. U kunt
de frequentie berekenen door het omgekeerde van de
periodeduur te berekenen. De betre ende frequentie bepaalt welke spiervezel-
typen eerder reageren. Langzaam reagerende vezels reageren eerder op lagere
impulsfrequenties tot 15 Hz, snel reagerende vezels worden daarentegen pas
vanaf ca. 35 Hz en hoger aangesproken. Bij impulsen van ca. 45 tot 70 Hz
worden de spieren constant aangespannen en raken de spieren sneller vermo-
eid. Hogere impulsfrequenties worden daarom bij voorkeur bij snelkracht- en
maximaalkrachttrainingen gebruikt.
Impulsbreedte
Met de impulsbreedte wordt de duur van een afzonder-
lijke impuls in microseconden aangegeven. De impuls-
breedte bepaalt daarbij onder andere de indringdiepte
van de stroom, waarbij over het algemeen geldt dat een
grotere spiermassa een grotere impulsbreedte nodig heeft.
Impulsintensiteit
De intensiteit moet individueel overeenkomstig het sub-
jectieve gevoel van elke afzonderlijke gebruiker worden
ingesteld. De instelling wordt door een groot aantal fac-
toren bepaald, zoals de behandelde plek, de huiddoor-
bloeding, de huiddikte en de kwaliteit van het elektrodencontact. De praktische
Monofasische pulsen
Bifasische pulsen
Periode-
duur
Impulsbreedte
© Copyright Gebrauchs.info
instelling moet weliswaar e ectief zijn, maar mag daarbij nooit onaangename
gevoelens veroorzaken, zoals pijn op de behandelde plek. Een lichte kriebeling
geeft aan dat er voldoende stimulatie-energie vrijkomt. Elke instelling die pijn
veroorzaakt, moet worden vermeden.
Bij langdurig gebruik kan het nodig zijn dat de instelling achteraf moet worden
bijgesteld als gevolg van tijdelijke aanpassingsprocessen op de behandelde
plek.
Cyclusgestuurde impulsparametervariatie
Duur
In veel gevallen is het noodzakelijk om door het gebruik van meerdere im-
pulsparameters alle weefselstructuren op de behandelde plek te behande-
len. Bij het digitale EMS/TENS-apparaat gebeurt dit doordat de beschikbare
programma's automatisch een cyclische impulsparameterwijziging uitvoeren.
Daardoor wordt ook het vermoeien van afzonderlijke spiergroepen op de be-
handelde plek tegengegaan.
Het digitale EMS/TENS-apparaat beschikt over doeltre ende voorinstellingen
voor de stroomparameters. U kunt hierbij tijdens het gebruik op elk gewenst
moment de impulsintensiteit wijzigen. Bij 6 programma's kunt u daarnaast zelf
verschillende parameters voor uw stimulatie instellen.
9. REINIGING EN ONDERHOUD
Plakelektroden
• Voor een zo lang mogelijke kleefduur van de plakelektroden reinigt u deze
voorzichtig met een vochtige, pluisvrije doek of reinigt u de onderzijde van
de elektroden onder lauwwarm stromend water en dept u ze droog met
een pluisvrije doek.
Als u de elektroden met water wilt reinigen, moet u eerst de verbindings-
kabels loskoppelen.
• Plak de elektroden na het gebruik weer terug op de bewaarfolie.
Apparaat reinigen
• Verwijder voor elke reiniging de batterijen uit het apparaat.
• Het aantal mogelijke behandelingen hangt af van de omgevingsomstandig-
heden en de conditie van de huid. Als de elektroden tijdens het gebruik niet
meer goed op de huid blijven plakken, vervangt u ze.
• Reinig het apparaat na het gebruik met een zachte, licht bevochtigde doek.
Wanneer het apparaat heel vuil is, kunt u de doek ook met mild zeepsop
bevochtigen.
• Gebruik voor de reiniging geen chemische reinigings- of schuurmiddelen.
184