Onderhoud
Bijvulling "AAN" controleren
6.
Controleer zo nodig de weergegeven waarde van de bijvulling die
weergegeven is in de app.
–
De automatische bijvulling wordt ingeschakeld bij een vulniveau van
8 %.
–
Als het inschakelpunt bereikt is, moet de automatische bijvulling
gedeactiveerd worden.
Watertekort "AAN" controleren
7.
Blijf het water uit het vat aftappen.
8.
Controleer de weergegeven waarde van de melding "Watertekort" in de app.
Controleer of het vat helemaal leeg is.
–
Watertekort "Aan" wordt weergegeven bij een minimaal vulniveau van
5 % in de app of via een LED op het apparaat.
9.
Schakel over naar de stopmodus.
10. Koppel de installatie volledig los van de stroomvoorziening.
Opmerking!
Wanneer het vat leeg is en er permanent lucht uit de aftapping stroomt, is
het membraan defect.
-> Vat vervangen
Apparaat inschakelen
11. Herstel de stroomtoevoer naar de installatie.
12. Zorg dat de automatische bijvulling is uitgeschakeld of afgesloten.
13. Voer een nulijking uit om de gewichtmeetvoet te calibreren (Instelling
Onderhoud Nulijking)
14. Schakel over naar de automatische bedrijfsmodus en wacht tot de
compressor zijn uitschakeldruk heeft bereikt.
15. Open langzaam de kapkleppen voor het vat en beveilig deze tegen
onopzettelijk sluiten.
16. Activeer de automatische bijvulling.
Watertekort "Uit" controleren
17. Controleer de weergegeven waarde die voor de vulniveaumelding
"Watertekort Uit" in de app wordt weergegeven.
–
Watertekort "Uit" wordt weergegeven bij een vulniveau van 8 % in de
app of via een LED op het apparaat.
Bijvulling "UIT" controleren
18. Controleer zo nodig de weergegeven waarde van de bijvulling die
weergegeven is in de app.
–
De automatische bijvulling wordt uitgeschakeld bij een vulniveau van
12 %.
Het onderhoud is voltooid.
Opmerking!
Als alternatief kan de werking van de afzonderlijke componenten
(magneetventiel, compressor) via de modus "Handbediening" geschakeld
en gecontroleerd worden. (Instelling Onderhoud Handbediening).
Opmerking!
Als geen automatische bijvulling aangesloten is, vult u het vat handmatig
met water tot het genoteerde vulniveau bereikt is.
Opmerking!
De instelwaarden voor drukbehoud, vulniveaus en bijvulling vindt u in het
hoofdstuk "Standaardinstellingen", 9.3 "Standaard instellingen ",
226.
11.3
Reiniging
11.4
Vat schoonmaken
VOORZICHTIG
Kans op letsel door uitstromende vloeistof die onder druk staat
Een foutieve montage van de aansluitingen kan tijdens het uitvoeren van
onderhoudswerkzaamheden leiden tot persoonlijk letsel, wanneer condensaat
plotseling onder druk uitstroomt.
•
Zorg voor een deskundige aansluiting zodat het condensaat veilig kan
worden afgevoerd.
•
Draag geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (bijv.
handschoenen en veiligheidsbril).
•
Controleer of de installatie drukloos is.
230 — Nederlands
Het condensaat moet regelmatig worden verwijderd uit het vat. De
reinigingsintervallen zijn afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden.
Vat met vervangbaar membraan
1
Noteer de niveauwaarde die weergegeven wordt op het display van de
besturing.
2.
Schakel de besturing d.m.v. de knop "Manual" op het bedieningspaneel op
handbediening.
3.
Haal de geluiddemper uit de overstroommagneetklep "PV".
4.
Bevestig een geschikte slang op de overstroommagneetklep "PV" om het
condensaat af te tappen.
5.
Open langzaam de overstroommagneetklep "PV".
–
Als de druk in het installatiesysteem aanzienlijk moet handmatig water
worden bijgevuld.
–
Als er meer dan 5 liter water of condensaat uit de
overstroommagneetklep "PV" stromen, dient u te controleren of een
membraanbreuk opgetreden is.
•
Bij een membraanbreuk moet de membraan worden vervangen.
6.
Sluit de overstroommagneetklep "PV" als een niveau van 100 % wordt
weergegeven op het display.
7.
Start de compressor "CO" om een druk op te bouwen.
–
Als tijdens het aftappen van condensaat water werd bijgevuld, moet de
drukopbouw worden geobserveerd. In geval van een te hoge
drukstijging dienovereenkomstig water aftappen uit het
installatiesysteem.
8.
Schakel de besturing op de automatische bedrijfsmodus zodra het
genoteerde niveau op het display wordt weergegeven.
9.
Verwijder de slang uit de overstroommagneetklep "PV" en monteer de
geluiddemper.
10. Het onderhoud is voltooid.
11.4.1 Vuilvanger reinigen
Reinig regelmatig de vuilvanger "ST". De reinigingsintervallen zijn afhankelijk van
de bedrijfsomstandigheden.
1
Vuilvanger "ST"
1.
Wissel naar de stopmodus.
–
Druk op de knop "Stop" op het bedieningspaneel van de besturing.
2.
Sluit de kogelkranen die zich voor en achter de vuilvanger "ST" (1) bevinden.
3.
Draai het vuilvanger-inzetstuk (2) langzaam los van de vuilvanger zodat de
resterende druk in het buissegment kan ontsnappen.
4.
Trek de zeef uit het vuilvanger-inzetstuk en spoel deze onder stromend
water. Maak de zeef dan schoon met een zachte borstel.
5.
Plaats de zeef terug in het vuilvanger-inzetstuk, controleer de pakking op
beschadiging en draai het vuilvanger-inzetstuk weer in de behuizing van de
vuilvanger "ST" (1).
6.
Open weer de kogelkranen die zich voor en achter de vuilvanger "ST" (1)
bevinden.
7.
Wissel naar de automatische modus.
–
Druk op de "Auto"-knop op het bedieningspaneel van de besturing.
Opmerking!
Maak ook andere geïnstalleerde vuilvangers schoon (bijvoorbeeld in
Reflex Fillset).
11.5
Controle
11.5.1 Onder druk staande onderdelen
De desbetreffende nationale voorschriften voor de werking van drukapparatuur
moeten worden nageleefd. Vóór de controle van onder druk staande onderdelen
dienen deze drukloos te worden gemaakt (zie "Demontage").
Voor vaten volgens EN 13831 geldt het volgende:
Er is geen materiaalmoeheid door het beoogde gebruik in verwarmings- en
koelwatersystemen (zie ook EN 13831 paragraaf 6.1.8).
Reflexomat RSC Smart — 21.10.2025-Rev. C
2
Vuilvanger-inzetstuk