Lineair flitsen met de functie TTL HSS van
het flitsapparaat
Voor TTL-gestuurde flitsbelichtingen voor invul-
ling (met vooraf ingestelde –1
combinatie met selectief gemeten voorflits(en).
Opmerking:
Wanneer de camera zonder voorafgaande voor-
flits(en) wordt ontspannen, zal er afhankelijk van
de manuele of automatisch ingestelde sluitertijd
ofwel niet geflitst worden – bij sluitertijden korter
dan 1/250 , ofwel zal de camera, bij sluitertijden
binnen het normale synchronisatiebereik, een
TTL flits uitsturen in plaats van een flits met
snelle synchro.
De instellingen in detail:
1. Keuzeknop belichtingsfuncties (1.11) op stand m of A,
2. instelknop sluitertijden (1.16) bij m op de
gewenste waarde (1/350 of korter), bij A is de
instelling niet van kracht,
3. diafragmaring (1.12) op de gewenste waarde
(bij voorkeur grote opening, d.w.z. kleine waar-
de), de grootste beschikbare waarde in deze
functie is 5,6)
2
/
EV-correctie) in
3
175
4. keuzehendel voor methode belichtingsmeting
(1.15) op de gewenste methode,
5. voor voeding van de camera de ontspanner
(1.17) aantippen en
6. op het flitsapparaat TTL HSS instellen.
De indicaties:
Afwijkend van de normale flitsfunctie verschijnt
in de zoeker rechts naast het flitssymbool het
minteken (2,5), afwisselend zijn de tijdindicatie
en
te zien (2.9 a/d) en het symbool voor
selectieve meting (2.3 c) knippert als aanduiding
dat voor bepaling van de flitsbelichting een voor-
flits moet worden geactiveerd.
In de display van het flitsapparaat wordt de maxi-
male reikwijdte voor deze flitsfunctie getoond.
Opmerking:
Als grotere waarden dan 5,6 worden ingesteld,
verschijnt weer de gekozen methode van
belichtingsmeting in plaats van de knipperende
selectieve punt en
tijdindicatie als aanduiding dat geen voorflits –
en daarmee ook geen HSS -functie mogelijk is.
wisselt niet meer met de