Indicaties van de achterwanddisplay
3.1
3.2
3.5
3.6
3.1 Aanduiding voor
a. ingestelde belichtingscorrectie
b. van de DX-waarde afwijkende, handmatige
gevoeligheidsinstelling
3.2 Aanduiding voor zelfontspanning
3.3 Filmgevoeligheidsinstelling
a.
= handmatige gevoeligheidsinstelling
b.
= automatische DX-aftasting
3.3
3.4
3.7
3.4 Batterij-indicatie
a.
(en andere indicaties) = batterijcapa-
citeit voldoende
b.
(en andere indicaties) = batterijen
moeten spoedig worden vervangen
c.
; geen andere indicaties = batterij
leeg, geen ontspanning
3.5 Flitssymbool
a. knipperen = flitsapparaat laadt op, flitser
niet gereed
b. oplichten = flitser gereed
3.6 Plus/min- en cijferindicatie voor
a. gecorrigeerde belichtingswaarde met voor-
teken
b. filmgevoeligheid
c. belichtingsregeling bij flitsmeting
d. afgelopen belichtingstijd bij B -instelling
e.
of
door flitslicht
f.
voor uitgeschakelde zelfontspanner
(slechts tijdelijk na instelling)
g. zelfontspanner-resttijd
h.
bij niet uitvoerbare camera-instellingen
112
voor over- of onderbelichting