Instelling op de flitser (met de SCA 3501 adapter)
Camera-
TTL-automatiek
instelling
P
De helderheid van de omgeving wordt bij
(bij donkere
vaststaand diafragma 5,6 door selectie van
lichtomstandig
de sluitertijd (tot de "grens van de vrije
heden)
hand" voor de gebruikte brandpuntsafstand
= 1/brandpuntsafstand [met ROM-objectie-
ven, zie pag. 164]) in acht genomen. De flits
wordt als hoofdbelichting TTL-gestuurd.
P
De helderheid van de omgeving wordt
door selectie van de betreffende
(Bij normale
waarden voor diafragma en sluitertijd
lichtomstandig
(tot de "grens van de vrije hand" voor
heden)
de
=1/brandpuntsafstand [met ROM-
objectieven, zie pag. 164]) in acht
genomen. De flits dient met een auto-
matisch verminderd vermogen (-1
alleen ter invulling. Als alternatief zijn
handmatige flits-belichtingscorrecties
1
(± 3
/
P
Omdat bij een flitsopname met de
1/250 sec. synchro-tijd door het vele
(bij zeer heldere
voorhanden zijnde licht altijd een
lichtomstandig
over-belichting zou volgen, gaat de
heden)
flits niet af. De camera functioneert
met de normale programma-automa-
tiek
*) Als kortste belichtingstijd wordt 1/250 s gekozen.
gebruikte
brandpuntsafstand
2
/
EV) mogelijk.
3
Computer-automatiek
De belichtingsfunctie P zorgt
voor een juiste belichting met
het voorhanden zijnde licht. (als
kortste belichtingstijd wordt de
synchronisatie-tijd 1/250 s geko-
zen.)
Het flitslicht moet daarom door
middel van de flits-correctie-knop
verminderd worden.
EV)
3
171
handmatig flitsen
met vaste lichtopbrengst
De belichtingsfunctie P zorgt
voor een juiste belichting met
het voorhanden zijnde licht. (als
kortste belichtingstijd wordt de
synchronisatie-tijd 1/250 s geko-
zen.)
De flits wordt met vol vermogen
ontstoken.