1.1
1.13
Plaatsen en verwijderen van het objectief
Op de LEICA R9 kunnen alle objectieven en
accessoires met stuurnokken voor Leica R-came-
ra's worden geplaatst, d.w.z. er zijn objectieven
van 15 mm tot 800 mm brandpuntsafstand be-
schikbaar (zie "Gebruik van bestaande objectieven
en accessoires", pag. 128). De LEICA R9 heeft
aan bajonetzijde – evenals de meeste moderne
Leica R-objectieven – een contactstrip. Hierdoor
wordt naast de mechanische een elektronische
belichtingscontrole
objectiefgegevens als brandpuntsafstand aan de
camera doorgegeven.
gerealiseerd
en
worden
De Leica R-objectieven worden onafhankelijk van
de instelling voor afstand en diafragma als volgt
geplaatst:
1. Het objectief bij de vaste ring (1.13) nemen.
2. Rode punt op de objectiefgreep tegenover de
knop van de bajonetontgrendeling (1.1) op de
camerabehuizing plaatsen.
3. Het objectief in deze stand recht plaatsen.
4. Met een korte draai naar rechts wordt het
objectief hoor- en voelbaar vergrendeld.
Voor het verwijderen van het objectief wordt
1. de ontgrendelingsknop ingedrukt,
2. het objectief door een korte draai naar links
ontgrendeld en
3. recht verwijderd.
127