Tijdautomaat A en TTL-flitsfunctie
Voor "normale" flitsopnamen in interieurs en in
het algemeen bij slechte lichtomstandigheden.
Het diafragma wordt overeenkomstig het werk-
gebied van het flitsapparaat en de gewenste
scherptediepte vrij gekozen, de belichtingstijd
wordt door de camera automatisch op 1/250 s
gezet. Wanneer deze combinatie op basis van het
aanwezige omgevingslicht tot overbelichting zou
leiden, knippert de tijdindicatie 2 2 5 5 0 0 (2.9 a). In dit
geval moet een kleiner diafragma worden geko-
zen.
Diafragma-automaat T en TTL-gestuurde,
variabele flitsinvulling
Voor normale opnamen met aanwezig licht en
extra flitsinvulling. Alle tijden tussen 16 s en
1/250 s zijn vrij te kiezen, het diafragma moet
handmatig op de kleinste opening (bijv. 22) wor-
den ingesteld. Wanneer kortere tijden zijn inge-
steld, schakelt de camera automatisch over op
de flitssynchronisatietijd 1/250 s. Het diafragma
van de camera wordt in overeenstemming met
het aanwezige licht automatisch gestuurd, zodat
een correcte belichting van het motief (zonder
flits) gegarandeerd is.
Wanneer deze combinatie op basis van het aan-
wezige omgevingslicht tot overbelichting zou lei-
den, knippert de tijdindicatie 2 2 5 5 0 0 (2.9 a) (zie ook
"Belangrijk" en "Opmerkingen" op pag. 152). De
TTL-gestuurde flits leidt tot een extra belichting.
Op de SCA-adapter of op het flitsapparaat zelf
(bij SCA 3002 standaardapparatuur) kan het flits-
licht door een belichtingscorrectie gericht ver-
minderd (bijv. – 2 EV) worden, zodat op de voor-
grond slechts schaduw of motiefdelen in tegen-
licht
opgehelderd
belichtingssituatie blijft daardoor behouden.
167
worden.
De
natuurlijke