• Verwijder beslist vreemde objecten uit de heg (bijv. draad),
aangezien deze de messen van de heggenschaar kunnen
beschadigen.
• Let op! De messen draaien na! Rem de messen niet af met
de hand.
De juiste tijdstip voor snoeien:
• Bladhaag: juni en oktober
• Conifeerhaag: april en augustus
• snelgroeiende heg: vanaf mei ca. elke 6 weken
Let op voor nestelende vogels in de haag. Stel in dat geval het
knippen uit of sla dit gedeelte over.
12. Transport
Schakel voor het transporteren van het apparaat de motor uit,
wacht tot de snij-inrichting stilstaat en breng de mesbescher-
ming (E) aan (afb. 4).
Draag het apparaat alleen aan de voorste handgreep (3).
Houd de snij-inrichting (1) naar achteren en de warme geluid-
demper (13) uit de buurt van uw lichaam.
Transporteer het apparaat in de auto alleen in de bagage-
ruimte of op een afzonderlijk transportoppervlak.
Borg hierbij dat de benzine-heggenschaar tegen omvallen,
beschadigingen en weglopen van de brandstof.
13. Reiniging en onderhoud
Voor elke onderhouds- en reinigingswerkzaam-
heden
• De motor uitzetten
• Stilstand van de snij-inrichting afwachten
• Bougiestekker loskoppelen (met uitzondering voor de instel-
lingen voor het stationair toerental)
• Apparaat laten afkoelen
aanwijzing
Na elk gebruik moet het apparaat grondig worden gereinigd.
Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden alleen uit,
zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven.
Alle onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, zoals deze in
dit hoofdstuk zijn beschreven, mogen uitsluitend door de klan-
tenservice worden uitgevoerd.
Voer de onderhoudswerkzaamheden niet uit in
de buurt van open vuur. Brandgevaar!
De voor het onderhouden en reinigen van verwij-
derde veiligheidsvoorzieningen moeten absoluut
weer worden aangebracht en gecontroleerd con-
form de beoogde veiligheidsvoorschriften.
Gebruik uitsluitend originele onderdelen. Andere onderdelen
kunnen onvoorzienbare schade en letsel tot gevolg hebben.
Draag veiligheidshandschoenen om mogelijk letsel te voorko-
men.
Opdat een lange en betrouwbaar gebruik van de benzine
heggenschaar is gewaarborgd, voert u de volgende onder-
houdswerkzaamheden regelmatig uit.
60
NL/BE
Controleer de benzine heggenschaar op zichtba-
re defecten zoals
• Losse bevestigingen
• Versleten of beschadigde onderdelen
• Verbogen, gebroken of beschadigde snij-inrichting
• tankdop en brandstofleidingen op lekkage
Controleer de benzine heggenschaar na elk ge-
bruik op
• Slijtage, met name glijspeling van de snij-inrichting.
• juist gemonteerde en intacte afdekkingen of veiligheids-
voorzieningen.
Vereiste reparaties of onderhoudswerkzaamheden moeten
voor het gebruik van de benzine heggenschaar worden uit-
gevoerd.
13.1 Aandrijvingen smeren (afb. 5)
Smeer de aandrijving elke 10 tot 20 bedrijfsuren.
1.
Open met de meegeleverde inbussleutel 4 mm (C) de
schroef van de smeeropening (18) aan de onderzijde
van de heggenschaar.
2.
Plaats de vetspuit op de smeeropening (18).
3.
Pers hier wat vet in.
4.
Schroef de schroef van de smeeropening (18) weer vast.
Let op! Breng slechts een beetje vet in. In geen geval overvul-
len.
13.2 Instellen van het stationaire toerental
Als de snij-inrichting (1) bij stationair toerental zich beweegt
of als de motor bij het wegnemen van gas uit zichzelf uitgaat,
moet een instelling aan de carburateur worden aangebracht.
Aanwijzing:
Laat de instellingen aan de carburateur (bijv. stationair toeren-
tal) uitsluitend door gekwalificeerd vakpersoneel uitvoeren,
om schade aan de motor te vermijden.
13.3 Luchtfilter reinigen resp. vervangen (afb. 6)
Vervuilde luchtfilters verminderen het motorvermogen door
een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Stof en pol-
len verstoppen de poriën van de schuimvulling. Regelmatige
controle is daarom absoluut noodzakelijk.
Reinig het luchtfilter (17) ca. elke 15 bedrijfsuren, bij bijzonder
stoffige omstandigheden vaker.
1.
Koude start-hendel (choke) (4) op „koude start" zetten
zodat er geen vuildeeltjes in de carburateur terechtko-
men.
2.
Verwijder het luchtfilterdeksel (16). Draai hiertoe de
vleugelschroef (15) los.
3.
Trek het luchtfilter (17) van schuimstof er uit.
4.
Was het luchtfilter (17) in een lauwwarm sopje. Blaas de
vuildeeltjes er niet uit, er bestaat gevaar voor oogletsel!
5.
Reinig de binnenzijde van het luchtfilter met een kwast.
6.
Laat het luchtfilter (17) goed drogen en plaats deze
weer terug.
7.
Breng de luchtfilterafdekking (16) weer aan.