NL
6
Problemen oplossen
Fout
De motor start niet.
De motor loopt niet
soepel.
De motor raakt
oververhit.
De motor heeft een
laag vermogen.
Zware trillingen.
Vooruit rijden
werkt niet
De vijzel stopt
niet wanneer de
vijzelhendel wordt
losgelaten.
Het product werpt
geen sneeuw uit.
118
Oorzaak
De brandstof in de tank is leeg of de
brandstof is oud.
De brandstofleiding is geblokkeerd.
De bougiekabel zit los.
De bougie is defect.
De contactsleutel is niet correct
geplaatst.
Er zit te veel brandstof in de
injectiekamer.
Als de motor na meerdere pogingen niet
start, kan dit zijn omdat de motor onder
water staat.
De choke is open
De brandstofleiding is geblokkeerd, of de
brandstof in de tank en leiding is oud.
Er zit water of vuil in het
brandstofsysteem.
Laag oliepeil.
De carburateur is niet goed afgesteld.
De carburateur is niet goed afgesteld.
De bougiekabel zit los.
Het ventilatiegat in de vuldop is verstopt.
Er zitten losse onderdelen of de vijzel is
beschadigd.
De aandrijfriem zit los of is beschadigd
De draad van de vijzelhendel is verkeerd
afgesteld.
De uitwerpgoot is geblokkeerd.
Een of meer breekpennen zijn
afgebroken.
Een vreemd voorwerp heeft de vijzel
geblokkeerd.
De draad van de vijzelhendel is verkeerd
afgesteld.
De aandrijfriem van de rotor zit los of is
beschadigd.
Actie
Vul de tank met verse benzine.
Maak de brandstofleiding leeg.
Plaats de bougiekabel stevig op de bougie.
Reinig de bougie en pas de elektrodeafstand aan,
of vervang de bougie.
Steek de contactsleutel op de juiste manier in.
Maak de bougie los en veeg deze schoon. Zie '5.11.1
De opening van de bougie meten' op pagina 116.
Zet de chokehendel in volledig gesloten positie.
Maak de brandstofleiding schoon en vul de tank
met verse benzine.
Zie het gedeelte over motoronderhoud.
Vul indien nodig de olie bij.
Zie het gedeelte over motoronderhoud.
Zie het gedeelte over motoronderhoud. Zie '5.13
Onderhoud van de motor' op pagina 117.
Plaats de bougiekabel stevig op de bougie.
Maak het ventilatiegat vrij.
Zet de motor onmiddellijk uit, verwijder de
contactsleutel en wacht tot alle bewegende delen
zijn gestopt. Controleer of er schade is. Draai alle
schroefverbindingen vast. Repareer indien nodig.
Neem contact op met een erkend servicecentrum
als het probleem aanhoudt.
Vervang de riem.
Stel de draad van de vijzelhendel af.
Schakel de motor onmiddellijk uit, verwijder de
contactsleutel en wacht tot alle bewegende delen
zijn gestopt. Maak de uitwerpgoot leeg met het
schoonmaakgereedschap of een stok.
Vervang de breekpennen.
Zet de motor onmiddellijk af en verwijder de
contactsleutel. Verwijder het vreemde voorwerp uit
de vijzel.
Stel de draad van de vijzelhendel af.
Vervang de riem.