De Motor Starten; Bedieningshendels; De Wielen Aandrijven - Meec Tools 029194 Instructions D'utilisation

Table des Matières
Les langues disponibles
  • FR

Les langues disponibles

  • FRANÇAIS, page 96
NL

4.3 De motor starten

Voorzichtig! Zorg ervoor dat de vijzelhendel en de
aandrijfhendel in de neutrale stand (naar boven) staan
voordat u de motor start.
Let op! Controleer het oliepeil voordat u de motor start.
4.3.1 Handmatig starten
Waarschuwing!
wanneer het snoer naar binnen trekt. Als het snoer te
snel naar binnen wordt getrokken, kan de starthandgreep
persoonlijk letsel en/of materiële schade veroorzaken.
1
Open de brandstofklep.
2
Zet de ontstekingsknop in de ontstekingsmodus.
3
Zet de gashendelaar in de hoge stand.
4
Als de motor koud is, sluit dan de choke.
5
Blokkeer het ventilatiegat op de primerlamp en druk
er één keer op als de motor warm is en 3-5 keer als
de motor koud is.
6
Trek langzaam aan het startkoord totdat u voelt dat
het een grip vasthoudt en trek er dan snel aan.
Herhaal dit indien nodig, totdat de motor start.
7
Zet de chokehendel langzaam naar de gesloten stand
wanneer de motor opwarmt. Als de motor stopt, start
hem dan opnieuw en laat hem een tijdje draaien met
de choke half open voordat u de chokehendel
langzaam naar de gesloten stand zet.
4.3.2 Elektrische start
Voorzichtig! De startmotor heeft een
overbelastingsbeveiliging die wordt uitgeschakeld als de
motor oververhit raakt. Laat de motor afkoelen voordat u
hem opnieuw probeert te starten.
1
Steek de stekker in een 230 V geaard stopcontact.
2
Zet de ontstekingsknop in de ontstekingsmodus.
3
Zet de gasklep van de motor in de hoge
toerentalstand.
4
Sluit de choke als de motor koud is.
112
Laat de starthandgreep niet los
5
Blokkeer het ventilatiegat op de primerlamp en druk
er één keer op als de motor warm is en 3-5 keer als
de motor koud is.
6
Druk op de startknop en laat deze los zodra de motor
start.
7
Zet de chokehendel langzaam naar de gesloten stand
wanneer de motor opwarmt. Als de motor stopt, start
hem dan opnieuw en laat hem een tijdje draaien met
de choke half open voordat u de chokehendel
langzaam naar de gesloten stand zet.
8
Haal eerst de stekker uit het stopcontact en
vervolgens uit de sneeuwblazer.

4.4 Bedieningshendels

4.4.1 Aandrijfhendel
De aandrijfhendel bevindt zich op de rechterhandgreep.
Trek de aandrijfhendel omlaag om de wielaandrijving in te
schakelen en laat deze vervolgens los om deze uit te schakelen.
4.4.2 Versnellingspook
Waarschuwing! Schakel de versnellingspook en de
aandrijfhendel uit voordat u overschakelt.
De versnellingspook bevindt zich aan de linkerkant en wordt
gebruikt om de rijsnelheid en de rijrichting in te stellen. Duw
de aandrijfhendel (A) naar voren om vooruit te rijden en trek
de hendel naar achteren om achteruit te rijden. (Afbeelding 6)
4.4.3 Vooruit rijden
De snelheid van het product is variabel. Duw de hendel naar
voren om de snelheid te verhogen en trek de hendel naar
achteren om de snelheid te verlagen. Pas de snelheid aan
tijdens het gebruik. Rijd met de laagste snelheid bij het
sneeuwruimen.
4.4.4 Aandrijving achteraan
De snelheid van het product is variabel. Trek de hendel naar
achteren om de snelheid te verhogen en duw de hendel
naar voren om de snelheid te verlagen.

4.5 De wielen aandrijven

1
Laat de motor op hoog toerental draaien en kies een
geschikte versnelling voor de omstandigheden.
2
Druk op de vijzelhendel en houd deze ingedrukt om
de vijzel te activeren; laat hem los om het blazen te
stoppen.
3
Druk op de stuurknuppel en houd deze ingedrukt om
te rijden, laat los om te stoppen.
Table des Matières
loading

Table des Matières