2
Veiligheid
2.1
Algemene veiligheidsinstructies
Voor het gebruik van de installatie gelden de telkens geldige verordening inzake bedrijfsveiligheid en gevaarlijke stoffen of
nationale verordeningen.
De exploitant van de installatie is verplicht tot:
het maken van een risicobeoordeling
het laten uitvoeren van inspectie en onderhoud conform DIN EN 13564
het uitvoeren van veiligheidsinstructies
het beveiligen tegen gebruik door onbevoegden
WAARSCHUWING
Spanningvoerende onderdelen!
Bij werkzaamheden aan de elektrische bekabeling en aansluitingen het onderstaande in acht nemen:
Voor alle elektrische werkzaamheden gelden de nationale veiligheidsvoorschriften.
De installatie moet via een lekstroomvoorziening (RCD) met een nominale lekstroom van niet meer dan 30 mA
worden gevoed.
LET OP
Installatie vrijschakelen!
Zorgen dat de elektrische onderdelen tijdens de werkzaamheden van de voedingsspanning zijn losgekoppeld.
Zorg dat elektrische apparaten niet opnieuw kunnen worden ingeschakeld.
104 / 128
Inbouw- en bedieningshandleiding
010-842E