Invacare Matrx ELITE Back Manuel D'utilisation page 52

Table des Matières
2.0 V
EILIGHEIDSINFORMATIE
2.1 WAARSCHUWINGEN MET BETREKKING TOT VERVOER
WAARSCHUWING! Kans op schade, ernstig letsel of overlijden
• Er bestaat kans op ernstig letsel tijdens het vervoer in een motorvoertuig van een cliënt
in een rolstoel die is uitgerust met een Matrx ® Elite-rugleuning.
V
ERVOER VAN DE CLIËNT IN EEN GEMOTORISEERD VOERTUIG
STOEL DIE IS UITGERUST MET EEN
De volgende richtlijnen moeten beschikbaar worden gesteld aan alle partijen die verant-
woordelijk zijn voor het vervoer van de cliënt, zoals scholen en taxibedrijven.
• Motion Concepts raadt aan om de cliënt, waar mogelijk, vanuit de rolstoel over te
plaatsen naar een voertuigstoel, en gebruik te maken van een veiligheidsgordel over de
schoot en schouder of van een passend veiligheidszitje voor kinderen.
• De Matrx ® Elite-rugleuning is functioneel getest en voldoet aan de eisen van ISO 16840-
4 en Sectie 20, ANSI/RESNA WC/Volume 4 "Wheelchair Seating Systems for Use in Motor
Vehicles". Voor de voorwaarts gerichte, frontale impacttest werden een "Surrogate Wheelchair
Base" (SWCB) en een "Hybrid III Midsize-Adult Male Anthropomorphic Test Device" gebruikt.
De SWCB werd vastgezet met behulp van een vierpunts rolstoelkabelbinder van het gesptype
en de inzittende werd vastgezet met behulp van een met het voertuig verankerd schoot- en
schouderzekeringssysteem voor passagiers.
• Matrx ® Elite-rugleuningen mogen alleen gebruikt worden in combinatie met rolstoelen
die voldoen aan de functie-eisen van ANSI WC19 of ISO 7176-19.
• Raadpleeg voor veilig vervoer van een cliënt in een rolstoel in een motorvoertuig de
gebruikershandleidingen van de rolstoel en het vastzetsysteem van de rolstoelgebruiker
(WTORS). Bekijk ook de aanvullende informatie hieronder
C
ONTROLEER VOORDAT U HET VOERTUIG INSTAPT DE VOLGENDE ZAKEN
De Matrx-rugleuning moet zorgvuldig in de rolstoel worden bevestigd volgens de aanwijzingen
in de gebruikershandleiding.
Bekkengordels en harnassen moeten tijdens het vervoer op hun plaats bevestigd blijven. Let
wel: deze zijn slechts ontworpen ter ondersteuning van de lichaamshouding en bieden GEEN
veiligheid tijdens het vervoer.
Tijdens vervoer zou moeten de rolstoel zijn voorzien van een hoofdsteun die stevig is bevestigd en
goed is afgesteld, dichtbij het achterhoofd van de cliënt, om het risico op een whiplash te beperken.
H
"W
T
-
ET
HEELCHAIR
IE
DOWN AND
• Vastzetsysteem voor de rolstoel (Wheelchair Tie-down): De rolstoel moet stevig in het
voertuig worden vastgezet, met de voorkant naar voren gericht en volgens de instructies van de
fabrikant voor de rolstoel en het vastzetsysteem.
• Vastzetsysteem voor de passagier (Occupant Restraint): Ook moet er een gepast
vastzetsysteem voor de passagier worden bevestigd volgens de instructies van de fabrikant.
Een diagonale gordel en een heupgordel zijn minimaal vereist (het gebruik van alleen een
heupgordel is niet voldoende). Het gebruik van gordels die over de schouder heen lopen en
aan de bodem van het voertuig verankerd worden, moet zo veel mogelijk vermeden worden
omdat deze tijdens een aanrijding een zware neerwaartse druk op de cliënt kunnen uitoefenen;
bij voorkeur wordt het type gordel gebruikt dat boven en achter de schouder langs loopt, zoals
bij een passagiersgordel in een auto. Het deel van de gordel dat over de schoot heen loopt
moet comfortabel aansluiten op het bekken van de cliënt en mag niet omhoog schuiven richting
de onderbuik. Het deel van de gordel bij het bovenlichaam moet contact maken met de borst
van de cliënt en moet aansluiten op de schouder(s) zonder daarbij in de nek te snijden of van
de schouder af te glijden.
M
-
ATRX
RUGLEUNING
.
O
R
S
CCUPANT
ESTRAINT
- 52 -
,
-
ZITTEND IN EEN ROL
:
" (WTORS)
YSTEM
Table des Matières
loading

Table des Matières