Overzicht
Garantie
De garantie geldt alleen als het appa-
raat door een erkende technicus geïn-
stalleerd is.
Bij schade als gevolg van de onder-
staande oorzaken vervalt de garantie:
Abnormale installatieomstandighe-
den:
• Interne eenheid buitenshuis ge-
plaatst
• Interne eenheid geïnstalleerd op een
plaats die onderhevig is aan slechte
weersomstandigheden of vorst
• Apparaat wordt gevoed met re-
genwater, water uit putten of water
met een abnormale hardheid of een
hardheid die niet voldoet aan de be-
staande voorschriften
• Installatie ter vervanging van appara-
tuur die van bij de start defect was
Wanneer schade aan het apparaat
wordt vastgesteld, moet het na contact
met onze technische diensten meteen
naar een van onze Service Centers wor-
den gestuurd.
Schade veroorzaakt door verkeerde in-
stallatie, vervoer, verpakking en plaat-
sing na afhaling van het apparaat bij de
dealer valt onder de verantwoordelijk-
heid van de installateur.
De vervanging van de componenten
van het apparaat zal niet worden te-
rugbetaald in de volgende gevallen:
• Diverse soorten schade veroorzaakt
door schokken of elektrische fouten
tijdens de handling van het product
nadat het de productievestiging
heeft verlaten.
• Schade veroorzaakt door een water-
lek in de interne eenheid dat verme-
den kan worden door een onmiddel-
lijke reparatie van het product door
de gebruiker.
• Schade veroorzaakt door overspan-
ning van het systeem: de garantie
geldt alleen voor de interne en exter-
ne eenheid als zowel de hydraulische
als de elektronische componenten
van de eenheden intact zijn.
106 / BE
De garantie geldt niet wanneer de
installatie niet in overeenstemming
met de geldende voorschriften en
normen alsook de stand der techniek
is uitgevoerd, en in het bijzonder:
• Bij een verkeerde installatie van de
veiligheidsgroep
• Wanneer de veiligheidsgroep niet in
overeenstemming met de geldende
voorschriften geïnstalleerd is of bij
gebruik van een beschadigde veilig-
heidsgroep
• Bij wijzigingen aan de veiligheids-
groep tijdens onderhoudswerkzaam-
heden
• Bij abnormale corrosie van de hy-
draulische componenten door fou-
tieve aansluitingen (direct contact
tussen ijzer en koper)
• Bij gebrekkige elektrische aansluitin-
gen of aansluitingen die niet con-
form zijn met de installatiehandlei-
ding, verkeerde aarding, te kleine
kabeldiameter,
non-conformiteit
met het opgegeven elektrisch scha-
kelschema
• Bij schade door inschakeling van het
systeem vóór de hydraulische vulling
De garantie geldt niet bij schade
door onvoldoende onderhoud zoals:
• Abnormale corrosie van de verwar-
mingselementen en veiligheidsgroepen
• Geen onderhoud van de veiligheids-
groep
• Metalen kader onderhevig aan ex-
terne invloeden
• Wijzigingen aan het originele appa-
raat zonder overleg met de fabrikant
of gebruik van niet-originele reserve-
onderdelen
• Volledig gebrek aan onderhoud van
het apparaat
CE-markering
Het toestel beantwoordt aan de vol-
gende normen:
- 2004/108/EG - betreff ende elektro-
magnetische compatibiliteit
- 2006/95/EG - betreff ende elektrische
veiligheid (laagspanningsrichtlijn)
- RoHS2 2011/65/EU betreff ende de
beperking van het gebruik van be-
paalde gevaarlijke stoff en in elektri-
sche en elektronische apparatuur (EN
50581)
- Verordening (EU) nr. 813/2013 inzake
ecologisch ontwerp (nr. 2014 / C
207/02 - overgangsmeetmethoden)
Het verwarmingssysteem schoon-
maken
Na de eerste installatie moet de appara-
tuur vooraf schoongemaakt worden.
Om de correcte werking van de appa-
ratuur te verzekeren, dient u na iedere
schoonmaakbeurt of na vervanging van
het water te controleren dat het vloei-
stofsysteem helder is, geen zichtbare
onzuiverheden bevat en dat de water-
hardheid minder dan 20 °F / 11 °dH be-
draagt.
Kenmerken van het water waarmee
het apparaat gevuld wordt
Zorg ervoor dat het systeem gevuld
wordt met water met een maximale
hardheid van 20 °F / 11 °dH.
In gebieden waar het water bijzonder
hard is, leidt het gebruik van een wa-
terontharder niet tot enige wijziging
van de garantie, op voorwaarde dat
het component correct geïnstalleerd is
en regelmatig gecontroleerd en onder-
houden wordt.
De hardheid van het water waarmee het
apparaat gevuld wordt, mag in het bijzon-
der nooit lager zijn dan 12 °F / 6,5 °dH.
Bij agressief (ijzerhoudend of hard) vul-
water (de pH moet tussen 6,6 en 8,5 lig-
gen) moet behandeld water worden ge-
bruikt om kalksteen, corrosie en schade
aan de installatie te voorkomen. Merk
op dat zelfs een kleine hoeveelheid on-
zuiverheden in het water de prestaties
van de installatie kan verminderen.
Het gebruikte vulwater moet absoluut
worden behandeld in geval van installa-
ties met een grote capaciteit of wanneer
het water veelvuldig wordt bijgevuld om
het vloeistofniveau in de installatie con-
stant te houden. Wanneer de installatie
schoongemaakt moet worden, vult u het
volledige systeem met behandeld water.
In alle gevallen moeten de plaatselijke
vereisten/standaarden worden nage-
leefd.
Controleer dat de maximumdruk bij het
vullen niet hoger is dan 5 bar. Is dat wel zo,
dan moet u een drukregelaar installeren.