LEIDINGEN
De leidingen moeten in goede staat zijn. Vervang
deze in geval van twijfel.
Alle loodgieterswerkzaamheden voor de water-
toevoer, -doorvoer en -afvoer moeten correct en
conform de ten tijde van de installatie geldende re-
gelgevingen uitgevoerd worden.
Als gesoldeerd moet worden, dan dient dit te ge-
beuren voor de waterontharder geïnstalleerd wordt.
Zo niet, dan kan onherstelbare schade onts-
taan. Voor elke handeling moet de watertoevoer
afgesloten worden, moet de waterontharder van de
voeding losgekoppeld worden en moeten de kranen
op het hoogste en laagste punt in huis opengedraaid
worden om de leidingen leeg te laten lopen.
Voor het aansluiten van de waterontharder moeten
flexibele slangen gebruikt worden.
Het aansluiten op de afvoer dient te gebeuren ove-
reenkomstig de geldende regelgevingen. Er is vaak
een luchtscheiding nodig.
BENODIGDE MATERIALEN
Voor schroefverbindingen zonder extra afdichting
moet afdichtingsmateriaal, zoals PTFE/teflontape,
gebruikt worden.
FILTER
!
Vóór de waterontharder
moet een voorfilter geïns-
talleerd worden om de
klep te beschermen tegen
onzuiverheden in het water
die de klep of de afdichtingen
kunnen beschadigen.
WATERTEMPERATUUR
De waterontharder mag alleen gebruikt worden met
water met een temperatuur tussen de 5 °C en 38 °C.
Gebruik geen heet water bij de waterontharder!
ZOUT
Gebruik uitsluitend zouttabletten voor wateronthar-
dingssystemen (met een zuiverheid van minimaal
99,5%). Andere soorten zout, bijvoorbeeld fijne kor-
rels, zijn niet toegestaan.
NEDERLANDS
39