De Hoogte Van De Voetenplaat Instellen; Zwenkwiel; Stoel - Quickie ARGON Notice D'utilisation

Table des Matières

Publicité

Les langues disponibles
  • FR

Les langues disponibles

  • FRANÇAIS, page 37

de hoogte van de voetenplaat instellen

afzonderlijke voetsteunen en
voetplaten
(fig. 6.4 - 6.6)
Voetsteunen kunnen omhoog
worden geklapt om gemakkelijker
in en uit uw rolstoel te komen.
Ze kunnen ook in zes verschillende
hoeken worden gekanteld ten
opzichte van een vlak oppervlak.
Draai de schroef (1) aan de
buitenzijde stevig vast.
Door de klemmen (2) te
verwijderen, kan de voetplaat in
drie verschillende posities worden
gesteld; zowel naar voren als naar
achteren.
Draai de stelschroef (3) los om
de horizontale positie van de
voetenplaat te verstellen. Hiertoe
moet de voetenplaat omhoog
worden geklapt. Als u klaar
bent, moet u controleren of alle
schroeven stevig aangedraaid zijn
(zie de pagina over torque sleutel).
Er moet altijd 2,5 cm ruimte boven
de grond worden aangehouden.
aanpassen van de voetsteun
(fig. 6.7)
Als u schroef (1) verwijdert, kunt u
de voetenplank aan de lengte van
uw onderbeen aanpassen. De hoek
van de voetsteun kan afzonderlijk
worden gesteld (niet bij een vaste
voetsteun), door de schroeven
(2) los te draaien. De beugel van
de voetsteun (3) voorkomt dat de
voeten onbedoeld van hun plaats
glijden. Als u klaar bent, moet u controleren of alle schroeven
stevig aangedraaid zijn (zie de pagina over torque sleutel).

zwenkwiel

zwenkwielen, balhoofden, voorvorken
Het kan gebeuren dat de rolstoel iets afwijkt naar links of naar
rechts of dat de voorwielen wiebelen. Dat kan door de volgende
zaken komen:
De voorwaartse en/of achterwaartse wielbeweging is niet
goed ingesteld.
De camber is niet goed afgesteld.
De luchtdruk van het voorwiel en/of van het achterwiel is
niet goed; de wielen draaien niet soepel genoeg.
De rolstoel beweegt niet in een rechte lijn als de zwenkwielen
niet goed zijn aangepast. U moet de voorwielen laten afstellen
door een erkend dealer. Telkens wanneer u de positie van het
achterwiel hebt laten veranderen, moet u het balhoofd opnieuw
aanpassen en de wielvergrendelingen controleren.
0505/2/ST-000690645.EMS 1B
1
Fig. 6.4
2
Fig. 6.5
Fig. 6.6
3
1
2 2
Fig. 6.7

stoel

de zittinghoogte instellen (fig.
6.8)
Om de zittinghoogte aan de
achterkant in te stellen, dienen
de vier Torxschroeven (1) (twee
aan elke kant) en de onderlegring
(2), die de klem (3) voor de
camberbuizen naar de asplaten (4)
vastzetten, te worden verwijderd.
Pas de twee camberbuisklemmen
(3) aan om de vereiste hoogte te
krijgen en breng de vier Torx-schroeven weer aan. Volg voordat
u de schroeven aandraait, de instructies om de inspoor/uitspoor
op nul in te stellen (Zie Fig. 5.13 - 5.15).
Draai de schroeven tot 7 Nm aan.
MERK OP – Er kan een aanpassing aan de zwenkwielhoek
noodzakelijk zijn wanneer de hoogte van de achterzitting wordt
ingesteld.
zwenkwiel
het zwenkwiel instellen (fig. 6.9 - 6.10)
Om ervoor te zorgen dat beide vorken parallel
worden ingesteld,
moet u de tanden tellen die aan beide kanten
zichtbaar zijn.
Nadat u de zwenkwielvork heeft ingesteld,
zorgen de tanden voor een stevige positie, en
kan een aanpassing van 16° met stappen van
2° worden aangebracht.
Gebruik de vlakke kant om te controleren dat de positie een
rechte hoek met de grond vormt.
Met het gepatenteerde ontwerp kan de zwenkwielvork zodanig
worden gedraaid, dat het op een rechte hoek met de grond
ingesteld kan worden wanneer de zittinghoek is aangepast.
1
3
2
Fig. 6.8
Fig. 6.9
+8°
-8°
Fig. 6.10
ARGON
27

Publicité

Table des Matières
loading

Table des Matières