in de werk- en verkeersomgeving, het draag-
vermogen van de bodem en het noodzakelijke
afzetten van de bouwplaats.
Voor een veilig bedrijf dient de gebruiker ver-
trouwd te zijn met de functies en posities van de
bedieningselementen en de indicatiemiddelen
of tellers. Neem de pagina's met afbeeldingen in
acht in het voorste gedeelte van deze handlei-
ding.
Gebruik de machine enkel in perfecte staat. Voer
voor elk gebruik een visuele controle uit. Contro-
leer in het bijzonder de veiligheidsinrichtingen,
elektrische bedieningselementen, elektrische
leidingen en schroefverbindingen op beschadi-
gingen en een vaste zitting. Vervang eventueel
beschadigde onderdelen vóór verder gebruik.
Het apparaat mag niet gebruikt worden, als het
beschadigd is of de beschermingsinrichtingen
defect zijn. Vervang versleten of beschadigde
onderdelen.
Het is streng verboden de aan de machine
aangebrachte veiligheidsinrichtingen te
demonteren, het gebruiksdoel te veranderen
of vreemde beschermingsinrichtingen aan te
brengen.
Aan motor- en apparaatinstellingen mogen
geen wijzigingen doorgevoerd worden.
Voer tijdens het gebruik van de machine geen
instellingen uit (met uitzondering van instel-
lingen die direct door de producent werden
aanbevolen.
Gebruik bij de werkzaamheden met dit ap-
paraat geen accessoires, behalve degene die
door ons bedrijf wor- den aanbevolen. Anders
kunnen de bediener of de in de omgeving
aanwezige omstanders ernstig letsel oplopen
of kan het apparaat worden beschadigd.
Vermijd dat u de trimmer per ongeluk start.
Zorg ervoor dat u altijd in de starthouding staat,
wanneer u aan de startkabel trekt.
Schakel de machine onmiddellijk uit nadat de
werkzaamheden zijn beëindigd.
Rijd altijd met twee handen als de machine
draait. Houd de handgreep goed vast.
Wees erop bedacht dat de machine onver-
wachts kan opspringen of naar voren schieten
als deze op ingegraven obstakels zoals grote
stenen botst.
Zorg ervoor dat de machine niet overbeladen
wordt.
Rijd met veilige snelheid en pas uw snelheid aan
de helling van het terrein, de situatie op de weg
en de te transporteren last aan.
Tijdens werkzaamheden met het apparaat niet
rennen. Loop langzaam en met aandacht.
Wees uitzonderlijk voorzichtig, als u zich omdra-
ait en de machine naar u toe trekt.
Wees altijd uiterst voorzichtig als u rijdt op
steenslagwegen, grindpaden of veldwegen of
als u deze oversteekt. Wees altijd alert op ver-
borgen gevaren of verkeer.
Wees uiterst waakzaam bij werkzaamheden op
bevroren grond, omdat de machine hierbij kan
wegglijden.
Als u voor- of achteruit op een helling rijdt, moet
u er altijd op letten dat het gewicht gelijkmatig
verdeeld is. Rijd altijd in de richting, parallel met
helling (naar boven of beneden) Om gevaarlijke
situaties te voorkomen mag u op de helling niet
schakelen.
Bij het kantelen van de last uit de kantelbak
wordt het zwaartepunt van de last continu
veranderd en zal de toestand van het wegdek
doorslaggevend zijn voor de stabiliteit van
de machine. Er zijn bijzondere gevaren voor
rupsbanddumpers die op zachte ondergrond
gebruikt worden en de last ervan, zoals bijv. klei
die aan de romp van de wagen kleeft.
Indien de machine abnormaal begint te vibre-
ren, schakel dan de motor uit en zoek onmiddel-
lijk naar de oorzaak. Vibraties zijn algemeen een
waarschuwing voor een gebruiksstoring.
Schakel de motor uit en neem ook de netstekker
uit, als de machine niet wordt gebruikt, wordt
verlaten of instel-, onderhouds- of reparatie-
werkzaamheden worden uitgevoerd.
Overtuigt u zich bij het schoonmaken, repareren
of controleren dat de opnemer/het loopwiel
evenals alle bewegende onderdelen zijn
gestopt.
Mineralenolieproducten niet met de huid, ogen
en kleding in aanraking brengen.
NEDERLANDS
63