4.7
Werkvelden
De brander modellen 70 - 100 - 130 kunnen op manieren functi-
oneren: monostadium en bistadium.
Het DEBIET van de 1ste fase moet gekozen worden binnen het
gebied A van de hiernaast afgebeelde diagrammen.
Het DEBIET van de 2de fase moet gekozen worden binnen het
gebied B (en C voor de modellen RL 130). Dit gebied levert het
maximale debiet van de brander afhankelijk van de druk in de
verbrandingskamer.
Het werkingspunt wordt bepaald door een verticale lijn te trekken
vanuit het gewenste debiet en een horizontale lijn te trekken van-
uit de overeenkomstige druk in de verbrandingskamer. Het snij-
punt van de twee lijnen is het werkingspunt, dat bovendien
binnen het gebied B moet liggen.
Om ook van gebied C (RL 130) gebruik te maken, is de vooraf-
stelling van de branderkop nodig zoals uitgelegd wordt op
pag. 17.
Het werkvlak Afb. 3 is berekend bij een omge-
vingstemperatuur van 20 °C, een luchtdruk van
1013 mbar (ongeveer 0 m boven de zeespiegel)
en met het spuitstuk afgesteld zoals aangegeven
OPGELET
op pag. 16.
4.8
Testketel
Het werkvlak is het resultaat van testen met speciale proefketels,
volgens methodes, zoals die voorgeschreven worden door de
normen EN 267.
In (Afb. 4) zijn de diameter en de lengte van de testverbrandings-
kamer aangegeven.
Voorbeeld:
debiet 65 kg/uur:
doorsnede = 60 cm; lengte = 2 m.
Als de brander dient te werken met een veel kleinere verbran-
dingskamer, is het aangeraden vooraf een test te doen.
6457
Technische beschrijving van de brander
12
NL
D687
Afb. 3
D688
Afb. 4