Nederlands
► Als contact met de huid heeft plaatsgevon‐
den: was de betreffende plekken op de huid
met veel water en zeep.
► Als contact met de ogen heeft plaatsgevon‐
den: de ogen ten minste 15 minuten met
veel water wassen en een arts raadplegen.
■ Verkeerde of ongeschikte reinigingsmiddelen
kunnen de drukreiniger of het oppervlak van
het te reinigen object aantasten en schadelijk
zijn voor het milieu.
► STIHL adviseert om originele STIHL reini‐
gingsmiddelen te gebruiken.
► Op de gebruiksaanwijzing van het reini‐
gingsmiddel letten.
► Als er onduidelijkheid bestaat: contact
opnemen met een STIHL dealer.
4.9
Water aansluiten
WAARSCHUWING
■ Als de hendel van het spuitpistool wordt losge‐
laten, ontstaat er in de waterslang een terug‐
stoot. Door een terugstoot kan vervuild water
terug worden gedrukt in het drinkwaterleiding‐
net. Het drinkwater kan worden verontreinigd.
► De drukreiniger niet direct op het
drinkwaterleidingnet aansluiten.
► De voorschriften van het waterleidingbedrijf
in acht nemen. Indien vereist, bij aansluiting
op het drinkwaternet een systeemscheiding
volgens de voorschriften gebruiken (bijv.
terugstroomblokkering).
■ Vervuild of zandhoudend water kan compo‐
nenten van de drukreiniger beschadigen.
► Schoon water gebruiken.
► Als er vervuild of zandhoudend water wordt
gebruikt: de drukreiniger samen met de
STIHL aanzuigset met een geïntegreerd
waterfilter gebruiken.
■ Als de drukreiniger te weinig water krijgt toe‐
gevoerd, kunnen componenten van de druk‐
reiniger worden beschadigd.
► De waterkraan helemaal opendraaien.
► Controleren dat de drukreiniger van vol‐
doende water wordt voorzien,
4.10
Laden
WAARSCHUWING
■ Tijdens het laden kan een beschadigde of een
defecte acculader stinken of roken. Personen
kunnen letsel oplopen en er kan materiële
schade ontstaan.
► De netstekker uit de contactdoos trekken.
116
■ De acculader kan bij een ontoereikende warm‐
teafvoer oververhit worden en in brand raken.
Personen kunnen zwaar letsel oplopen of wor‐
den gedood en er kan materiële schade ont‐
staan.
► Acculader niet afdekken.
4.11
Contact met stroomvoerende componenten kan
ontstaan door de volgende oorzaken:
– De aansluitkabel of de verlengkabel is bescha‐
digd.
– De netstekker van de aansluitkabel of de ver‐
lengkabel is beschadigd.
– De contactdoos is niet correct geïnstalleerd.
GEVAAR
■ Contact met stroomvoerende componenten
kan leiden tot een stroomschok. De gebruiker
kan ernstig of dodelijk letsel oplopen.
► Controleer dat de aansluitkabel, de verleng‐
kabel en de netstekker hiervan niet zijn
beschadigd.
► Aansluitkabel, verlengkabel en de netstek‐
kers ervan met droge handen beetpakken.
► Netstekker van de aansluitkabel of de ver‐
lengkabel in een correct geïnstalleerde en
beveiligde contactdoos met randaarde ste‐
ken.
► Acculader via een aardlekschakelaar (30
mA, 30 ms) aansluiten.
■ Een beschadigde of niet geschikte verlengka‐
bel kan leiden tot een elektrische schok. Per‐
sonen kunnen ernstig of dodelijk letsel oplo‐
pen.
► Gebruik een verlengkabel met de juiste
kabeldoorsnede,
WAARSCHUWING
■ Tijdens het laden kan een verkeerde netspan‐
ning of een verkeerde netfrequentie leiden tot
overspanning in de acculader. De acculader
20.
kan hierbij worden beschadigd.
► Controleren of de netspanning en de netfre‐
quentie van het lichtnet corresponderen
met de gegevens op het typeplaatje van de
acculader.
■ Als de acculader op een meervoudige contact‐
doos is aangesloten, kunnen de elektrische
onderdelen tijdens het opladen worden over‐
belast. De elektrische componenten kunnen
4 Veiligheidsinstructies
Elektriciteit aansluiten
Als de aansluitkabel of de verlengkabel
beschadigd is:
► beschadigde plaats niet aanraken.
► Trek de netstekker uit de contact‐
doos.
20.4.
0458-048-9601-A