3 Veiligheidsaanwijzingen en werktechniek
Na het tanken de tankdop zo vast
mogelijk aandraaien.
Hierdoor wordt het risico verkleind dat de tank‐
dop door de motortrillingen losloopt en er ben‐
zine wegstroomt.
Op lekkages letten – als er benzine naar buiten
stroomt, de motor niet starten –levensgevaar
door verbranding!
3.4
Voor het starten
Het motorapparaat op technisch goede staat
controleren – het desbetreffende hoofdstuk in de
handleiding in acht nemen:
– Het brandstofsysteem op lekkage controleren,
vooral de zichtbare onderdelen zoals bijv. de
tankdop, slangaansluitingen, hand-benzine‐
pomp (alleen bij motorapparaten met hand-
benzinepomp). Bij lekkages of beschadiging
de motor niet starten – brandgevaar! Het
apparaat voor de ingebruikneming door een
geautoriseerde dealer laten repareren
– De combinatie van snijgarnituur, bescherm‐
kap, handgreep en draagstel/draagriem moet
zijn vrijgegeven, alle onderdelen correct
gemonteerd
– De stopschakelaar moet gemakkelijk kunnen
worden ingedrukt
– De chokeknop, de gashendelblokkering en de
gashendel moeten goed gangbaar zijn – de
gashendel moet automatisch in de stationaire
stand terugveren. Vanuit de standen g en <
van de chokeknop moet deze bij het gelijktijdig
indrukken van de gashendelblokkering en de
gashendel terugveren in de werkstand F
– Bougiesteker op vastzitten controleren – bij
een loszittende steker kunnen vonken ont‐
staan, hierdoor kan het vrijkomende benzine-
luchtmengsel ontbranden – brandgevaar!
– Geen wijzigingen aan de bedieningselemen‐
ten en de veiligheidsinrichtingen aanbrengen
– De handgrepen moeten schoon en droog, olie-
en vuilvrij zijn – belangrijk voor een veilige
bediening van het motorapparaat
– Het draagstel en de handgreep(-grepen) over‐
eenkomstig de lichaamslengte instellen
Het motorapparaat mag alleen in technisch
goede staat worden gebruikt – kans op ongeluk‐
ken!
Voor noodgevallen bij gebruik van draagriemen:
Het snel neerleggen van het apparaat oefenen.
Tijdens het oefenen het apparaat niet op de
grond gooien, om beschadigingen te voorkomen.
0458-436-9421-B
Zie ook de aanwijzingen met betrekking tot "Voor
het starten" in de handleiding van het gebruikte
combigereedschap.
3.5
Motor starten
Minstens op 3 m van de plek waar werd getankt
– niet in een afgesloten ruimte.
Alleen op een vlakke ondergrond, een stabiele
en veilige houding aannemen, het motorappa‐
raat goed vasthouden – het werktuig mag geen
voorwerpen en ook de grond niet raken, omdat
dit tijdens het starten kan meedraaien.
Contact met het werktuig voorkomen – kans op
letsel!
De motor niet 'los uit de hand' starten – starten
zoals in de handleiding staat beschreven. Het
werktuig draait nog even door nadat de gashen‐
del wordt losgelaten – naloopeffect.
Stationair toerental controleren: het werktuig
moet bij stationair toerental – bij losgelaten gas‐
hendel – stilstaan.
Licht ontvlambare materialen (bijv. houtspanen,
boomschors, droog gras, benzine) uit de buurt
van de hete uitlaatgassen en de hete uitlaatdem‐
per houden – brandgevaar!
Zie ook de aanwijzingen voor "Motor starten/
afzetten" in de handleiding van het gebruikte
combigereedschap.
3.6
Apparaat vasthouden en bedie‐
nen
Het motorapparaat altijd met beide handen op de
handgrepen vasthouden.
Altijd voor een stabiele en veilige houding zor‐
gen.
3.6.1
Bij uitvoeringen met dubbele hand‐
greep
Nederlands
47