Het toegestane toerental van het
5)
inzetgereedschap moet ten minste
net zo hoog zijn als het op het
elektrische apparaat aangegeven
maximale toerental. Inzetgereedschap
dat sneller dan toegestaan draait, kan
afbreken en rondvliegen.
De buitendiameter en dikte
6)
van het inzetgereedschap
moeten overeenkomen met
de maataanduidingen van uw
elektrische apparaat. Verkeerd
bemeten inzetgereedschap kan niet
voldoende worden afgeschermd of
gecontroleerd.
De afmetingen voor het bevestigen
7)
van het inzetgereedschap moeten
overeenkomen met de afmetingen
van het bevestigingsmiddel
van het elektrische
apparaat. Inzetgereedschap dat niet
nauwkeurig op het elektrische apparaat is
bevestigd, draait ongelijkmatig, trilt zeer sterk
en kan leiden tot controleverlies.
Gebruik geen beschadigd
8)
inzetgereedschap. Controleer voor
ieder gebruik inzetgereedschap,
zoals slijpschijven, op splinters en
barsten, schuurschijven op barsten,
(sterke) slijtage en staalborstels
op losse of gebroken draden. Als
het elektrische apparaat of het
inzetgereedschap valt, controleer
dan of het is beschadigd of gebruik
onbeschadigd inzetgereedschap.
Als u het inzetgereedschap hebt
gecontroleerd en ingezet, houd
dan zich in de buurt bevindende
personen buiten het vlak van het
draaiende inzetgereedschap en
laat het apparaat een minuut
lang op het maximale toerental
draaien. Beschadigd inzetgereedschap
breekt meestal binnen deze testperiode.
70 NL/BE
Draag een persoonlijke
9)
veiligheidsuitrusting. Gebruik
afhankelijk van de toepassing
volledige gezichtsbescherming,
oogbescherming of een
veiligheidsbril. Draag, indien
nodig, een stofmasker,
gehoorbescherming,
veiligheidshandschoenen
of een voorschoot dat u
beschermt tegen kleine slijp-
en materiaaldeeltjes. Ogen
moeten beschermd worden tegen
rondvliegende stukjes die ontstaan
bij de diverse toepassingen. Stof- en
longbeschermingsmaskers moeten het stof
wegfilteren dat bij gebruik ontstaat. Als u
lang wordt blootgesteld aan luid geluid, kunt
u gehoorbeschadiging oplopen.
10) Zorg ervoor dat andere personen
op een veilige afstand van uw
werkplek blijven. Iedereen die
de werkplek betreedt moet
persoonlijke veiligheidsuitrusting
dragen. Er kunnen brokstukken van het
werkstuk of van gebroken inzetgereedschap
wegvliegen en ook buiten de directe
werkplek letsel veroorzaken.
11) Houd het elektrische apparaat
alleen vast aan de geïsoleerde
grepen als u werkt verricht
waarbij het inzetgereedschap
verborgen elektrische leidingen
kan raken. Door contact met onder
spanning staande leidingen kunnen ook
metalen onderdelen van het apparaat onder
spanning komen te staan en daardoor
elektrische schokken veroorzaken.
12) Zorg ervoor dat het netsnoer uit
de buurt van het inzetgereedschap
blijft. Als u de macht over het apparaat
verliest, kan het netsnoer doorgesneden of
gegrepen worden en kan uw hand of arm
door het draaiend inzetgereedschap worden
gegrepen.