PROBLEEM
De koelkast werkt niet
Abnormaal geluid.
Lage koelcapaciteit.
Er hangt een vreemde
geur in de koelkast.
Het bedieningspaneel
werkt niet.
Het is niet mogelijk om
de temperatuur aan te
passen.
De temperatuurcijfers
op het bedieningspaneel
knipperen.
• Als de bovenstaande beschrijvingen niet van toepassing zijn op het oplossen van problemen, mag u het
apparaat niet zelf demonteren of repareren. Reparaties die door onervaren personeel worden uitgevoerd,
kunnen letsel of ernstige storingen veroorzaken.
• Neem contact op met de winkel waar u uw aankoop heeft gedaan. Dit product mag alleen worden gere-
pareerd door een erkende technicus en er mogen uitsluitend originele vervangingsonderdelen worden
gebruikt.
• Wanneer u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, haal dan de stekker uit het stopcontact,
verwijder alle etenswaren en maak het apparaat schoon. Laat de deur op een kier staan om onaangename
geurtjes te voorkomen.
PROBLEEMOPLOSSING
OORZAAK
• De koelkast is losgekoppeld.
• Stroomonderbrekers of zekeringen
zijn beschadigd.
• Er is geen elektriciteit of de lijn is
gesprongen.
• De koelkast staat niet stabiel en
waterpas.
• De koelkast staat in contact met de
muur.
• Er staat warm eten in de koelkast, of
er staat te veel eten in de koelkast.
• De koelkastdeur wordt regelmatig
geopend.
• Er ligt voedsel naast het deurrubber.
• De plek is blootgesteld aan direct
zonlicht of staat in de buurt van een
oven of fornuis.
• De koelkast is niet goed geventileerd.
• De temperatuur is te hoog.
• Het eten is bedorven.
• De koelkast is vuil.
• Er zitten voedingsmiddelen in met een
sterke smaak.
• Controleer of de beveiligingsvergren-
deling op het bedieningspaneel is
geactiveerd.
• Controleer of de ECO-, snelkoel- of
snelvriesfunctie is geactiveerd.
• Er is eerder een stroomstoring
geweest.
OPLOSSING
• Sluit de koelkast aan op het stop-
contact.
• Open de deur en kijk of het licht
aangaat.
• Verstel de verstelbare poten van de
koelkast.
• Plaats de koelkast verder van de muur
af en houd daarbij rekening met de
minimale veiligheidsafstand.
• Zet het eten terug in de koelkast
wanneer het is afgekoeld.
• Controleer of de deur goed sluit en
open deze niet te vaak.
• Zet de koelkast uit de buurt van
warmtebronnen.
• Houd voldoende afstand tot de
koelkast om een goede ventilatie te
garanderen.
• Pas de temperatuur aan naar wens.
• Gooi bedorven voedsel weg.
• Maak de koelkast regelmatig schoon.
• Verpak voedingsmiddelen met een
sterke smaak voordat u ze in de
koelkast legt.
• Houd de vergrendelknop 3 seconden
ingedrukt om het bedieningspaneel te
ontgrendelen.
• Wanneer de ECO-, Snelkoel- of Snel-
vriesfunctie is geactiveerd, verandert
de temperatuur van het overeenkom-
stige compartiment niet wanneer voor
de eerste keer op de overeenkomstige
knop wordt gedrukt. Schakel in dat
geval eerst deze functie uit voordat u
de temperatuur aanpast.
• Druk op een willekeurige knop om het
alarm uit te schakelen en controleer
vervolgens of het voedsel in de koel-
kast en het vriesvak bedorven is.
NE DE RL ANDS
95