VOE DSE L PL A AT SI NG
• Maak voedsel schoon en droog voordat u het in de koelkast bewaart.
• Voordat u voedsel in de koelkast legt, is het raadzaam om het goed af te sluiten. Zo voorkomt u
enerzijds dat water verdampt en dat fruit en groenten vers blijven. Daarnaast voorkomt u dat er
nare geurtjes ontstaan.
• Plaats niet te veel of te zwaar voedsel in de koelkast.
• Zorg dat er voldoende ruimte is tussen de etenswaren; Als ze te dicht bij elkaar liggen, wordt de
koude luchtstroom geblokkeerd, wat het koeleffect beïnvloedt.
• Bewaar geen overtollig of te zwaar voedsel om te voorkomen dat het schap wordt geplet.
• Wanneer u voedsel bewaart, houd dit dan op een zekere afstand van de binnenwand en plaats
voedsel dat veel water bevat niet te dicht bij de achterwand van de koelkast, om te voorkomen dat
het aan de binnenwand vastvriest.
• Voedsel moet per categorie worden bewaard. De producten die u dagelijks consumeert, plaatst
u vooraan op de plank. Zo verkort u de tijd die het kost om de deur te openen en voorkomt u dat
voedsel bederft vanwege de houdbaarheidsdatum.
• Laat warme gerechten afkoelen tot kamertemperatuur voordat u ze in de koelkast zet.
• Plaats diepvriesproducten in het vershoudvak om ze te laten ontdooien. Maak gebruik van de lage
temperatuur van de diepvriesproducten om de verse producten te koelen, waardoor u energie
bespaart.
• Het is raadzaam om geen voedsel te bewaren in de buurt van de bovenkant van de koelkast, waar
zich de ventilatieopening voor koude lucht bevindt. Door de lage temperatuur bestaat er namelijk
het risico op lichte bevriezing.
V R IE SVAKK E N
• De vriezertemperatuur is ingesteld op -18°C. Voor langdurige bewaring is het raadzaam om voed-
sel in de vriezer te bewaren. Houd u echter wel aan de bewaartermijn die op de verpakking van
het voedsel staat aangegeven.
• Vriesladen worden gebruikt om levensmiddelen te bewaren die ingevroren moeten worden. Grote
vissoorten en vleessoorten dienen in hapklare stukken te worden gesneden en in diepvrieszakjes
te worden gedaan. Vervolgens dient u de stukken gelijkmatig te verdelen over de vriesladen.
• Laat warme gerechten afkoelen tot kamertemperatuur voordat u ze in de vriezer legt.
• Plaats geen glazen container met vloeistof of een afgesloten blikje vloeistof in het vriesvak. Dit
om te voorkomen dat de container barst door volumevergroting nadat de vloeistof is bevroren.
• Verdeel het eten in kleine porties.
• Het is het beste om voedsel te verpakken voordat u het invriest. De verpakkingszak die u gebruikt,
moet droog zijn, voor het geval de verpakkingszakken aan elkaar vastvriezen. Voedsel moet wor-
den verpakt of bedekt met geschikte materialen die stevig, smaakloos, lucht- en waterdicht,
niet-giftig en niet-vervuilend zijn, om kruisbesmetting en geuroverdracht te voorkomen.
Bevriezen:
1. Leer hoe u de snelvriesmodus gebruikt.
2. Vergeleken met normaal invriezen zorgt snel invriezen ervoor dat het voedsel sneller door de
zone met de meeste ijskristalvorming gaat. Door snel invriezen kan het watergehalte van voedsel
worden ingevroren in fijne ijskristallen, zonder dat het celmembraan wordt beschadigd. Hier-
door gaat er bij het ontdooien geen celsap verloren en kunnen de oorspronkelijke versheid en
voedingswaarde van het voedsel behouden blijven.
3. De snelvriesfunctie is ontworpen om de voedingswaarde van diepvriesproducten te behouden,
zodat de producten in de kortst mogelijke tijd volledig worden bevroren. Snel invriezen verbruikt
meer energie dan normaal invriezen.
94
N E DE R L A N DS