PROBLEEM
De koelkast werkt
niet
Abnormaal geluid.
Lage koelcapaciteit.
Er hangt een vreemde
geur in de koelkast.
Het LED-lampje knip-
pert voortdurend.
• Als de bovenstaande beschrijvingen niet van toepassing zijn op het oplossen van problemen, mag u het
apparaat niet zelf demonteren of repareren. Reparaties die door onervaren personeel worden uitgevoerd,
kunnen letsel of ernstige storingen veroorzaken.
• Neem contact op met de winkel waar u uw aankoop heeft gedaan. Dit product mag alleen worden gere-
pareerd door een erkende technicus en er mogen uitsluitend originele vervangingsonderdelen worden
gebruikt.
• Wanneer u het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt, haal dan de stekker uit het stopcontact, ver-
wijder alle etenswaren en maak het apparaat schoon. Laat de deur op een kier staan om onaangename
geurtjes te voorkomen.
PROBLEEMOPLOSSING
OORZAAK
• De koelkast is losgekoppeld.
• Stroomonderbrekers of zekeringen
zijn beschadigd.
• Er is geen elektriciteit of de lijn is
gesprongen.
• De koelkast wordt geplaatst op
balkons, in garages, opslagruimtes en
andere plaatsen waar de omgevings-
temperatuur lager is dan 10°C.
• De koelkast staat niet stabiel en
waterpas.
• De koelkast staat in contact met de
muur.
• Er staat warm eten in de koelkast, of
er staat te veel eten in de koelkast.
• De koelkastdeur wordt regelmatig
geopend.
• Er ligt voedsel naast het deurrubber.
• De plek is blootgesteld aan direct
zonlicht of staat in de buurt van een
oven of fornuis.
• De koelkast is niet goed geventileerd.
• De temperatuur is te hoog.
• Het eten is bedorven.
• De koelkast is vuil.
• Er zitten voedingsmiddelen in met
een sterke smaak.
• De deur staat al meer dan 10 minuten
open.
OPLOSSING
• Sluit de koelkast aan op het stop-
contact.
• Open de deur en kijk of het licht
aangaat.
• Plaats de koelkast op een bescherm-
de locatie waar de omgevingstem-
peratuur hoger is dan 10°C. Als de
temperatuur in de koelkast te laag is
ingesteld, werkt het interne koelsys-
teem mogelijk niet goed.
• Verstel de verstelbare poten van de
koelkast.
• Plaats de koelkast verder van de
muur af en houd daarbij rekening met
de minimale veiligheidsafstand.
• Zet het eten terug in de koelkast wan-
neer het is afgekoeld.
• Controleer of de deur goed sluit en
open deze niet te vaak.
• Zet de koelkast uit de buurt van
warmtebronnen.
• Houd voldoende afstand tot de
koelkast om een goede ventilatie te
garanderen.
• Pas de temperatuur aan naar wens.
• Gooi bedorven voedsel weg.
• Maak de koelkast regelmatig schoon.
• Verpak voedingsmiddelen met een
sterke smaak voordat u ze in de
koelkast legt.
• Sluit de koelkastdeur, open deze
na 2 seconden weer en kijk of het
LED-lampje weer normaal brandt.
NE DE RL ANDS
87