9.6.4 Instructies voor desinfecteren
Methode: Volg de aanwijzingen voor het aanbrengen van het
gebruikte desinfectiemiddel op en neem alle toegankelijke
oppervlakken af.
Desinfectiemiddel: een standaard desinfectiemiddel voor huishoudelijk
gebruik.
Drogen: Laat het product aan de lucht drogen.
10 Problemen oplossen
10.1 De stroomonderbreker resetten
WAARSCHUWING!
— De stroomonderbreker mag NOOIT ongedaan worden
gemaakt of worden omzeild.
— U mag ALLEEN een stroomonderbreker met hetzelfde
vermogen ter vervanging gebruiken.
De sleutel moet uit het contact
worden gehaald voordat u de
stroomonderbreker kunt resetten.
De stroomonderbreker moet
mogelijk gereset worden als de
scootmobiel niet kan worden
aangezet en de resetknop
ongeveer 6 mm eruit steekt.
1. Om te resetten: druk op de resetknop
A van de stroomonderbreker aan de
voorkant van de accubak.
10.2 Diagnose en verhelpen van storingen
Het elektronische systeem bevat diagnose-informatie ter
ondersteuning van de monteur bij het opsporen en verhelpen van
storingen van de scooter.
Als er een defect is, knippert het statusscherm enkele keren, pauzeert
en knippert opnieuw. Het type defect wordt weergegeven door het
aantal keren dat er wordt geknipperd in elke groep; dit wordt ook de
¨knippercode¨ genoemd.
Afhankelijk van de ernst van de storing en de gevolgen daarvan voor
de veiligheid van de gebruiker reageert het elektronische systeem
verschillend. Het systeem kan bijvoorbeeld:
de flashcode als waarschuwing weergeven en zowel het besturen
l
als de normale bediening verder toestaan.
de flashcode weergeven, het scootmobiel stoppen en het
l
gebruikt blokkeren totdat het elektronische systeem uit en weer
aan is gezet.
de flashcode weergeven, het scootmobiel stoppen en het
l
gebruikt blokkeren totdat het defect is opgelost.
Zie 10.2.2 Foutcodes en diagnosecodes, pagina 67 voor een
gedetailleerde omschrijving van afzonderlijke foutcodes, inclusief de
mogelijke oorzaak en mogelijkheden om de storing te verhelpen.
10.2.1 Storingsdiagnose
Als de scooter een defect vertoond, gebruikt u de volgende richtlijn
om het defect te vinden.
Controleer voordat u met de diagnose start altijd eerst of u de
scooter met de sleutelschakelaar hebt aangezet.
Als de statusaanduiding UIT is:
Controleer of de sleutelschakelaar IS INGESCHAKELD.
l
Controleer of alle kabels correct zijn aangesloten.
l
Als de statusbalkindicator KNIPPERT:
Tel hoe vaak deze knippert en raadpleeg 10.2.2 Foutcodes en
l
diagnosecodes, pagina 67.
1675751-C
10.2.2 Foutcodes en diagnosecodes
Knippercode
Mogelijke
De accu's zijn leeg.
Laad de accu's zo snel mogelijk op.
actie
l
Knippercode
De accu's zijn bijna leeg.
Laad de accu's op.
l
Als u de scooter enkele minuten uitzet, kunnen de
l
Mogelijke
accu's meestal weer zodanig herstellen dat een
actie
korte rit nog mogelijk is. U mag dit echter alleen in
noodgevallen doen, omdat de accu's op deze manier
te ver worden ontladen.
Knippercode
A
De accuspanning is te hoog.
Als de acculader is aangesloten, koppelt u deze los
l
van de scooter.
Mogelijke
Het elektronische systeem laadt de accu's op wanneer u
bergafwaarts rijdt en wanneer u remt. Deze storing
actie
wordt veroorzaakt wanneer de accuspanning daarbij te
hoog wordt.
Schakel de scooter uit en weer in.
l
Knippercode
De scooter heeft te lange tijd te veel stroom verbruikt,
waarschijnlijk omdat de motor overbelast werd of
omdat de scooter niet vooruit kwam door een
onbeweeglijke weerstand.
Mogelijke
Zet de scooter uit, wacht enkele minuten en zet hem
l
actie
vervolgens weer aan.
Het elektronische systeem heeft een kortsluiting in de
motor vastgesteld.
Neem contact op met uw Invacare-leverancier.
l
Knippercode
Inschakelhendel niet in ingeschakelde stand.
Controleer of de ontkoppelingshendel in de
l
Mogelijke
vergrendelstand staat.
actie
Er is een defect in de remspoel of in de bedrading.
Neem contact op met uw Invacare-leverancier.
l
Knippercode
De rijhendel staat niet in de neutrale stand na
omdraaien van de sleutelschakelaar.
Mogelijke
Zet de rijhendel in de neutrale stand, schakel de
l
scooter uit en weer in.
actie
De rijhendel moet mogelijk worden vervangen.
Neem contact op met uw Invacare-leverancier.
l
Storing
Accu's moeten worden
1
opgeladen
Storing
2
Accuspanning te laag
Storing
3
Accuspanning te hoog
Storing
4
Stroomtijd overschreden
Storing
5
Defecte remmen
Storing
Geen neutrale stand bij
6
het inschakelen van de
scooter.
10 Problemen oplossen
Consequentie
Gaat door met
rijden
Consequentie
Stopt met
rijden
Consequentie
Stopt met
rijden
Consequentie
Stopt met
rijden
Consequentie
Stopt met
rijden
Consequentie
Stopt met
rijden
67