8.3 Scootmobiel naar voertuig overbrengen
WAARSCHUWING!
Risico op letsel en schade aan de scootmobiel en het
voertuig
Als de scootmobiel via een helling in een voertuig wordt
geplaatst, bestaat het risico op kantelen of dat de
scootmobiel spontaan in beweging komt.
— Verplaats de scootmobiel zonder gebruiker naar een
voertuig.
— Als alternatief kan een platformlift worden gebruikt.
Andere hijsapparatuur is niet toegestaan.
— Zorg dat het totale gewicht van de scootmobiel niet
meer bedraagt dan het maximaal toegestane
totaalgewicht voor de helling of de platformlift.
WAARSCHUWING!
Kans op ongevallen en schade aan de scootmobiel
Als de scootmobiel via een lift in een voertuig moet worden
geplaatst terwijl de scootmobiel is ingeschakeld, bestaat het
risico dat de scootmobiel spontaan in beweging komt en van
de lift valt.
— Schakel de scootmobiel uit voordat u deze verplaatst
via een lift.
1. Rij of duw de scootmobiel in het transportvoertuig met behulp
van geschikte hijsapparatuur.
8.4
Het mobiliteitshulpmiddel vervoeren zonder
inzittende
VOORZICHTIG!
Risico op letsel
— Als u de scootmobiel niet zelf goed kunt vastzetten in
een voertuig, raadt Invacare af de scootmobiel zelf te
vervoeren.
Uw scootmobiel kan zonder beperkingen worden vervoerd per
wegtransport, per trein of per vliegtuig. De afzonderlijke
transportmaatschappijen hanteren echter richtlijnen die bepaalde
transportprocedures mogelijk beperken of verbieden. Vraag elk apart
geval na bij het transportbedrijf.
Voordat u de scootmobiel gaat vervoeren, moet u ervoor zorgen
l
dat de koppeling van de motoren is ingeschakeld en dat de
bedieningskast is uitgeschakeld.
Invacare raadt ten zeerste aan de accu's los te koppelen en te
verwijderen. Zie 8.2.1 De accubak verwijderen/installeren, pagina
64.
Invacare raadt sterk aan om de scootmobiel op de vloer van het
l
transportvoertuig vast te zetten.
9 Onderhoud
9.1 Inleiding tot onderhoud
De term 'onderhoud' verwijst naar alle taken die worden uitgevoerd
om ervoor te zorgen dat een scootmobiel goed werkt en klaar is voor
het beoogde gebruik. Onderhoud omvat verschillende zaken, zoals
dagelijkse verzorging en reiniging, inspecties, reparaties en herstel.
Het wordt aanbevolen om uw scootmobiel eenmaal per jaar te
laten nakijken door een erkende Invacare-leverancier, zodat hij
veilig en geschikt blijft voor deelname aan het verkeer.
1675751-C
9.2 Inspectiecontroles
In onderstaande tabel staat welke inspectiecontroles de gebruiker
moet uitvoeren, met de bijbehorende tijdsintervallen. Raadpleeg bij
het vaststellen van een probleem met de scootmobiel tijdens een
inspectiecontrole het erbij vermelde hoofdstuk of neem contact op
met een erkende Invacare-leverancier. Een uitgebreider overzicht met
inspectiecontroles en instructies voor onderhoudswerkzaamheden
vindt u in de bij Invacare op te vragen servicehandleiding voor het
hulpmiddel. De servicehandleiding mag echter alleen worden gebruikt
door erkende, speciaal opgeleide onderhoudstechnici. Er worden
taken in beschreven die niet door de gebruiker zelf mogen worden
uitgevoerd.
Vóór elke rit:
Claxon
l
Neem in geval van een storing contact op met uw leverancier.
Accu's
l
Controleer het laadniveau van de accu. Laad de accu's op (zie
7.3.3 De accu's opladen, pagina 62).
Wekelijks:
Banden
l
Kijk of u scherpe voorwerpen (glasscherven, spijkers) of schade
ziet. Vervang de band indien nodig.
Maandelijks:
Elektrisch systeem
l
Controleer alle aansluitstekkers op conditie en stabiele
verbindingen. Druk de verbindingspluggen zo nodig stevig samen.
9.3 Wielen en banden
Omgaan met schade aan wielen
Bij een beschadigd wiel moet u direct contact opnemen met uw
leverancier. Om veiligheidsredenen mag u het wiel niet zelf en ook niet
door niet-bevoegde personen laten repareren.
Omgaan met pneumatische banden
LET OP!
Rijd nooit met een te lage bandenspanning, omdat de
banden daardoor beschadigd kunnen raken.
Als de bandenspanning te hoog is, kan de velg beschadigd
raken.
— Pomp de banden op tot de aanbevolen
bandenspanning.
Controleer de bandenspanning met de
bandenspanningsmeter.
Controleer wekelijks of de banden tot de juiste druk zijn opgepompt,
zie 9.2 Inspectiecontroles, pagina 65.
Voor de aanbevolen bandenspanning raadpleegt u de inscriptie op de
band/velg of neemt u contact op met Invacare. Raadpleeg de tabel
hieronder voor conversies.
psi
bar
psi
22
1,5
29
23
1,6
30
25
1,7
32
26
1,8
33
28
1,9
35
9.4 Kortstondige opslag
Bij een ernstig defect treden er verschillende ingebouwde
veiligheidsmechanismen in werking die uw scootmobiel beschermen.
De stroommodule voorkomt dat uw scootmobiel gaat rijden.
9 Onderhoud
bar
psi
bar
2,0
36
2,5
2,1
38
2,6
2,2
39
2,7
2,3
41
2,8
2,4
44
3,0
65