2. Schuif de accu (3) in de laad-
schacht (25) van de oplader (24).
3. Sluit de oplader (24) aan op een
stopcontact.
4. Haal na het laden de stekker van
de oplader (24) uit het stopcontact.
5. Trek de accu (3) uit de laadschacht
(25).
Controle-LED's op de laadunit (24):
groen
rood
brandt
—
—
brandt
—
knippert accu oververhit
knippert knippert accu defect
Bedrijf
Werkinstructies
•
WAARSCHUWING! Gevaar
voor verwondingen! Gebruik zo
mogelijk klemmen om het werkstuk
op zijn plaats te houden. Houd
nooit een klein werkstuk in de ene
hand en het apparaat in de andere
terwijl u het apparaat gebruikt.
•
GEVAAR! Gevaar voor verwon-
dingen! Let erop, voldoende plaats
om te werken te hebben en andere
personen niet in gevaar te brengen.
• Stel de beschermkap zo op dat
een vonkenregen of geloste delen
noch de gebruiker noch omstaan-
de personen kunnen treffen.
De positie van de beschermkap
moet ook zodanig zijn dat de rond-
vliegende vonken geen brandbare
delen, waaronder omringende de-
len, ontsteken.
Betekenis
• Accu is volle-
dig geladen
• klaar (geen ac-
cu geplaatst)
Accu wordt gela-
den
• Het elektrisch gereedschap mag
niet met een doorslijpstandaard
worden gebruikt.
• Schakel het apparaat alleen in als
het inzetgereedschap het werkstuk
niet raakt.
• Te veel druk vermindert de presta-
ties van het elektrisch gereedschap
en leidt tot snellere slijtage van het
inzetgereedschap.
• Werk steeds met parallelle bewe-
gingen. Zo wordt het apparaat niet
ongecontroleerd uit de snede ge-
duwd.
De draairichtingspijl (7) symboli-
seert de looprichting van het inzet-
gereedschap.
• Laat het apparaat na een zware
belasting enkele minuten stationair
draaien om het inzetgereedschap
af te koelen.
• Raak het inzetgereedschap niet
aan voordat het is afgekoeld.
Proefdraaien
Test het apparaat eerst zonder be-
lasting, voordat u er voor de eerste
keer mee werkt en telkens nadat u
het werktuig hebt vervangen. Schakel
het apparaat onmiddellijk uit wanneer
het opzetstuk niet ronddraait, wan-
neer aanzienlijke trillingen optreden of
wanneer abnormale geluiden te horen
zijn.
Doorslijpschijven
Voorwaarden
• Snijschijf
AANWIJZING! Materiële schade.
Gebruik nooit slijpschijven om te
snijden!
• diameter ≤125 mm
• Dikte ≤1,2 mm
• Slijpschijfconstructies: met dia-
mant bezet, gebonden versterkt,
gesegmenteerd
NL
BE
105