vastgezet is.
Na het activeren van de cruise control
kan de ingestelde rijsnelheid worden
verhoogd door het aandrijfpedaal in te
trappen.
● De voet kan van het aandrijfpedaal
worden gehaald.
● Cruise control deactiveren:
Bedien het rempedaal of druk de toets
Cruise control in. (
8.7)
De cruise control is gedeactiveerd
wanneer op het display het symbool
"Cruise control actief" verdwijnt.
13.5 Remmen
● Rijsnelheid door lossen van het
aandrijfpedaal verminderen, abrupt
remmen bij volle rijsnelheid
vermijden. (
8.12)
● Rempedaal gelijkmatig induwen totdat
het apparaat tot stilstand
komt. (
8.13)
13.6 Snijhoogte instellen
Kans op letsel!
Stel de snijhoogte alleen in als de
zitmaaier stilstaat.
● Rem het apparaat af totdat het stilstaat.
● Ontgrendel de hendel
snijhoogteverstelling en stel de
gewenste snijhoogte in. (
Stand 1
laagste snijhoogte
Stand 8
hoogste snijhoogte
0478 192 9913 C - NL
RT 5112 Z, RT 6112 ZL,
RT 6127 ZL:
STIHL beveelt aan om beide
drukwielen op de laagste stand te
plaatsen. Door de lagere positie
vergroten de drukwielen de afstand
tussen het maaiwerk en de bodem
en zorgen deze zo voor een
optimale luchttoevoer. Dit zorgt
voor een mooier maairesultaat en
een betere opvangcapaciteit.
13.7 Maaien
Wordt het maaiwerk tijdens het
rijden ingeschakeld, dan wordt het
toerental van de verbrandingsmotor
door de extra belasting (aanloop
maaimessen) bij het starten van de
maaimessen gedurende korte tijd
lager.
Voor het maaien:
● Hoofdstuk "Opmerkingen bij het
werken" lezen en opvolgen. (
● Tijdens het maaien altijd het maximale
motortoerental instellen. Het maaimes
is voor dit toerental geoptimaliseerd,
hierdoor krijgt men het beste
maairesultaat en de beste aanzuigende
werking voor het verzamelen van het
maaigoed.
Het maaiwerk in de volgende volgorde
koppelen:
8.15)
● Verbrandingsmotor starten. (
● Gashendel in de MAX-positie zetten.
(
8.2), (
11.)
13.2)
8.3)
● Zitmaaier op het te maaien gazon
rijden.
Schakel het maaiwerk niet in hoog gras
of in de laagste snijstand in. Maaiwerk
allen koppelen wanneer het apparaat al
op het te bewerken gazon staat.
● Vooruit maaien:
Rijrichting vooruit (
8.9) kiezen,
aansluitend het maaiwerk door drukken
van de schakelaar maaiwerk of de toets
maaiwerk koppelen. (
8.5), (
Achteruit maaien:
Rijrichting achteruit (
8.9) kiezen, en
veiligheidsschakelaar achteruit maaien
(
8.8) aansluitend het maaiwerk door
drukken van de schakelaar maaiwerk of
de toets maaiwerk binnen de 6
seconden koppelen. (
8.5), (
Tijdens het maaien:
● Gashendel in de MAX-positie zetten.
(
8.2), (
8.3)
● De rijsnelheid altijd aan de grashoogte
of de snijstand aanpassen.
Kies bij hoog gras of de laagste
snijstand een lage rijsnelheid.
Een continue toon wijst op een
gevulde grasopvangbox. (
Rijrichting wisselen bij gekoppeld
maaiwerk:
● Voor het achteruit maaien de
veilgheidsschakelaar achteruit maaien
binnen een vastgelegd tijdsvenster
(5 seconden voor of 1 seconde na het
omschakelen) een keer indrukken.
(
8.8)
● Apparaat op het gazonvlak tot stilstand
brengen en de gewenste rijrichting met
de hendel keuze rijrichting instellen.
(
8.9)
● maaien verderzetten.
8.6)
8.6)
13.9)
181