Télécharger Imprimer la page

Kessel EasyClean ground NS 25 Instructions De Pose Et D'utilisation page 71

Publicité

Les langues disponibles
  • FR

Les langues disponibles

  • FRANÇAIS, page 33
Tijdens de tussentijdse opslag van de vetafscheider en tot
en met de voltooiing van de inbouwwerkzaamheden moe-
ten op de bouwplaats geschikte beveiligingsmaatregelen
worden getroffen om ongelukken en beschadigingen van
de vetafscheider te beletten.
Het hoofdstuk Veiligheidsinstructies moet in acht worden
genomen!
5.1 Inbouwvoorwaarden
De inbouw dient uitsluitend te worden uitgevoerd door bedrij-
ven die beschikken over vakervaring, geschikte apparaten en
voorzieningen en toereikend geschoold personeel.
De stabiliteit van het reservoir is uitsluitend gegarandeerd voor
het eigen gewicht, het transport en de beschreven installatie
(bijv. de belastingsklasse, de opbouw van de weg). Aanvul-
lende belastingen van afzonderlijke of strookfundamenten of
andere externe invloeden moeten worden vermeden. Wanneer
deze verwacht kunnen worden moeten eventueel speciale
maatregelen worden getroffen.
De betreffende bodemsoort ter plaatse moet op eventueel gel-
dende nationale bouwkundige voorschriften worden gecon-
troleerd. Deze voorschriften kunnen bijzondere eisen aan de
hellingshoek van de bouwput, het draagvermogen en eventu-
ele speciale maatregelen voor het veiligstellen van het draag-
vermogen stellen. De maximaal optredende grondwaterstand
moet vastgesteld zijn. Bij waterdichte bodems is dwingend
vereist dat kwelwater voldoende afgevoerd wordt (drainage).
De optredende soorten belasting zoals max. verkeersbelasting
en inbouwdiepte moeten opgehelderd zijn.
De vetafscheiders voor plaatsing in de grond moeten buiten het
gebouw zo dicht mogelijk bij de afvoeren worden ingebouwd.
In voorkomende gevallen moeten de aansluitleidingen van de
toevoer naar de vetafscheider met thermische isolatie of ver-
warmd worden aangelegd. Door gebruik te maken van telesco-
pische opzetstukken wordt de vereiste vorstvrije inbouwdiepte
bereikt en wordt een eenvoudige aanpassing aan de toe- en
afvoerleiding (kanaal) tot stand gebracht. De afdekkingen voor
de belastingsklassen A / B / D zijn stankdicht vastgeschroefd
en komen overeen met EN 124.
Op de toe- en afvoer van de afscheidingsinstallatie mogen af-
valwaterbuizen en vormstukken worden aangesloten van
- polyvinylchloride (PVC-U ) conform DIN EN 1401-1 in combi-
6
4
≥50cm
5
b nach
DIN 4124
≥70cm
2019/02
All manuals and user guides at all-guides.com
Inbouw en montage
≥50cm
3
2
1
≥70cm
71/96
natie met DIN 19534-3,
- polyethyleen (PE) conform DIN EN 12666-1 in combinatie met
DIN 19537-3 of
- polypropyleen (PP) conform DIN EN 1852-1
In beginsel moeten de voorschriften uit DIN EN 124 en DIN EN
476 worden aangehouden.
5.2 Opvulmateriaal
Fundering:
gebroken steen (korrelgrofte 0-16mm)
Tankbedding:
zand
Tankomhulsel:
gebroken steen (korrelgrofte 0-16mm)
Bereik buiten
Tankomhulsel:
materiaal van geschikte kwaliteit
Deklaag:
humus e.d.
5.3 Bouwput
Voorwaarde aan de aanwezige vloer
De bouwgrond moet voldoende draagkracht garanderen. De
afscheidingsinstallatie mag uitsluitend worden gemonteerd in
vloeren conform de nationale voorschriften en:
- grind en zand met
meer dan 12% boetes
niet
- grind en zand met
dan 12% boetes met ten minste Dpr
meer
= 97%, waarbij vervolgens ervoor gezorgd moet worden dat
voldoende afvoer (drainage) van kwelwater ontstaat.
Voorbereiding van de bouwput
De bouwgrond moet horizontaal en egaal zijn voor opstelling
over het gehele vlak. Als fundering moet worden gezorgd voor
een verdichte laag steenslag 0-16 mm (dikte minim. 30 cm,
Dpr=97 %), die laagsgewijs wordt verdicht met een max. laag-
dikte van 30 cm/laag. Voor de bedding is 3-10 cm zand nodig).
De afstand tussen de wand van de bouwput en de tank moet
minimaal 50 cm bedragen. Met betrekking tot de hellingshoek
moeten de eisen conform DIN 4124 worden nageleefd. De diepte
van de bouwput moet zodanig worden gedimensioneerd dat de
grenzen van de afdekking met aarde niet worden overschreden.
MIN ≤ TEP/TEÜ ≤ MAX (zie hoofdstuk „Maattekening").
1 Onderbouw
Steenslag 0-16 mm verdicht met Dpr ≥ 97%
2 Tankbedding Zand (≤ 2 mm)
3 afscheider
4 Opvulling
Steenslag 0-16 mm verdicht met Dpr ≥ 97%
5 Bouwgrond:
- grind en zand met niet meer dan 12% boetes,
andere grondsoorten of
- grind en zand met meer dan 12% boetes verdicht
met Dpr ≥ 97%, waarbij er vervolgens voor gezor-
gd moet worden dat voldoende afvoer (drainage)
van kwelwater ontstaat
5 Deklaag
Bij Verkeersbelastinggroep E4 (SLW 60) plaat
3-10cm
voor belastingverdeling conform statica. Bij Ver-
≥30cm
keersbelastinggroep E 2 (PKW) laag voor
belastingverdeling
6 bovenkant tank
Conform statische berekening
010-223

Publicité

loading