6. Installatie van het apparaat
Service:
: Geeft informatie over de werking van het systeem.
·Regeneratie:
Geeft aan welke fase in het regeneratieproces van
het systeem wordt uitgevoerd.
BACKWASH
10 REMAIN
MENU
REGEN
·Programmering:
Geeft de interne werkings¬parameters aan en
maakt het mogelijk ze aan te passen.
• TOETS "MENU":
Geeft toegang tot de interne programmering
en maakt het mogelijk de gewijzigde parameters op alle pro-
grammeerniveaus te bevestigen.
• TOETSEN "UP" EN "DOWN":
verschillende weergegeven parameters te navigeren. In de
programmering: maakt het mogelijk de geselecteerde para-
meters te wijzigen.
• TOETS "REGEN":
Druk op deze toets om ogenblikkelijk een
regeneratieproces te starten.
• VERGRENDELEN VAN DE PROGRAMMATUUR:
durende een bepaalde tijd geen enkele toets wordt ingedrukt,
wordt de programmatuur om veiligheidsredenen automatisch
vergrendeld. Bij het drukken op om het even welke toets vers-
chijnt volgend bericht:
SCREEN
BLOCKED
MENU
REGEN
UP
DOWN
Maakt het mogelijk tussen de
Wanneer er ge-
UP
DOWN
Om de programmatuur te ontgrendelen drukt u gedurende 3
seconden op de toets "MENU".
6.4 Programmering van het apparaat
"LET OP" het programmeren met betrekking tot het
instellen van de parameters voor de klep mag uits-
luitend gebeuren door een durlem technicus. het wi-
jzigen van die parameters kan immers de werking van het
apparaat verstoren.
PROGRAMMEREN VAN DE GEBRUIKER:
1.
Sluit de bijgeleverde transformator aan op het de elektrische
aansluiting in het bovenste gedeelte van het systeem. De pro-
grammatuur moet daarbij oplichten en een bericht weergeven
zoals aangegeven in bovenstaande paragraaf.
"LET OP" Bij het aansluiten van het apparaat kan vol-
gend bericht oplichten:
WAITING
PLEASE
Dit betekent dat het systeem zichzelf in bedrijf stelt. Indien
het bericht na twee minuten niet is verdwenen, moet u
contact opnemen met uw dealer.
2.
Druk drie seconden de toets "MENU" in om toegang te
krijgen tot de interne programmering van het systeem. Met de
toetsen "UP" en "DOWN" kunt u de verschillende program-
meerparameters selecteren. Na het selecteren van een para-
meter kunt u, wanneer u op de toets "REGEN" drukt, die wijzi-
gen en met de toetsen "UP" en "DOWN" kunt u de ingestelde
waarde aanpassen. Wanneer u tot slot nogmaals op de toets
"REGEN" drukt, wordt de waarde bevestigd.
Volgende parameters kunnen worden aangepast:
36