10. Beweeg de toorts langzaam langs de
snijlijn. Kantel de toorts een beetje zodat
het mondstuk naar het afgewerkte gedeelte
van de snede is gericht en de luchtstroom
het gesmolten metaal wegvoert van het
werkstuk. Als de snede niet de gewenste
kwaliteit heeft, stel dan een hogere
stroomsterkte in met de potentiometer en/
of verhoog de luchtstroom.
11. Het mondstuk van de toorts moet tijdens
het snijden steeds in licht contact staan
met het werkstuk, anders kan de boog
uitgaan.
12. De toorts is voorzien van een 2,5S/5S-
mondstuk, dat wordt gekoeld door de
luchtstroom wanneer de trekker wordt
losgelaten.
LET OP!
Als het stroomverbruik te hoog is, treedt de
oververhittingsbeveiliging in werking en gaat
het rode controlelampje voor oververhitting
branden. Het product wordt automatisch
uitgeschakeld. Het werk kan worden hervat
wanneer het product is afgekoeld.
NA AFLOOP VAN HET SNIJDEN
1.
Laat de trekker los en til de toorts van het
werkstuk.
2.
Zet de stroomschakelaar uit.
3.
Leg de toorts op de lastafel.
4.
Sluit de luchttoevoer af.
5.
Haal de stekker uit het stopcontact.
6.
Wacht tot alle delen van het product
volledig zijn afgekoeld. Bewaar het
product binnenshuis, buiten het bereik
van kinderen.
Plasmasnijden
1.
Plasmasnijden vereist oefening. Oefen op
stukjes schroot om de elektrische boog
te ontsteken en te laten branden. Dit
maakt het gemakkelijker te beoordelen
welke instellingen geschikt zijn voor het te
bewerken materiaal.
2.
Het product kan worden gebruikt voor
het snijden van alle elektrisch geleidende
metalen, tot koolstofstaal of gelijkwaardig
met een dikte van ongeveer 12 mm. Zeer
dunne en zeer dikke werkstukken zijn
moeilijker te snijden.
3.
Stel de luchtdruk in op 4 à 5 bar. Een
hogere luchtdruk resulteert in een
snellere plasmastroom en een hogere
snijdruk. Luchtdruk en stroomsterkte
moeten tegelijkertijd hoger/lager worden
bijgesteld.
4.
Beweeg de toorts langzamer bij dikkere
stukken hard metaal, langzamer bij
dunnere stukken zacht metaal. Houd de
toorts tijdens het snijden voortdurend in
beweging.
ONDERHOUD
LET OP!
Geen enkel onderdeel van het product kan
door de gebruiker zelf worden onderhouden.
WAARSCHUWING!
Voorkom onbedoeld inschakelen.
Zet de stroomschakelaar in de uitstand en
haal de stekker uit het stopcontact voordat
u begint met afstelling, onderhoud en/of
reiniging.
Gebruik het product nooit als het beschadigd
is of niet normaal werkt. Als het product trilt
of een abnormaal geluid maakt, moet u het
laten controleren en repareren voordat u het
weer gebruikt.
1.
Controleer voor elk gebruik of het
product in goede staat is. Controleer of
alle schroefverbindingen vastzitten, of er
geen onderdelen verkeerd gemonteerd of
stuk zijn, of er geen elektrische leidingen
NL
77