NL
2.
Reinig indien nodig de vuldop en het
gebied eromheen.
3.
Open de vuldop langzaam en verwijder
deze.
4.
Vul voorzichtig de zaagkettingolie bij.
Voorkom morsen.
5.
Controleer het oliepeil in het kijkvenster.
Het oliepeil moet tussen de MAX- en MIN-
markeringen liggen.
6.
Draai de vuldop met de hand vast.
7.
Veeg eventuele gemorste olie af.
ZAAGKETTING VIJLEN
WAARSCHUWING!
•
Een versleten of verkeerd gevijlde
zaagketting kan leiden tot terugslag,
wat kan leiden tot overlijden en/of
ernstig persoonlijk letsel.
•
Draag sterke beschermende
handschoenen bij het hanteren van het
zaagzwaard en de zaagketting.
•
Het vijlen moet worden uitgevoerd met
speciaal gereedschap om ervoor te zorgen
dat de ketting de juiste hoeken en hoogte
krijgt.
•
Alle zaagschakels moeten even hoog zijn.
Zaagschakels die niet even hoog zijn
zorgen ervoor dat de ketting ongelijk
loopt en beschadigd kan raken.
•
De zaagschakels moeten minimaal 4 mm
groot zijn. Gooi de zaagketting weg als ze
lager zijn. De hoeken van de zaagkanten
moeten worden gehandhaafd. Vijl 2 of
3 keer van binnen naar buiten met de vijl.
•
Vijl de zaagketting met een ronde vijl. Vijl
de zaagkanten altijd van binnen en van
buiten. Neem de waarden in acht die in
de illustraties worden vermeld. Na het
130
vijlen moeten alle zaagschakels dezelfde
breedte en hoogte hebben.
•
De hoogte van de steunnokken moet na
3-4 keer vijlen worden gecontroleerd. Vijl
indien nodig de steunnokken af met
behulp van een vijlmal en een platte vijl,
en rond de voorkant af.
AFB. 18
ZAAGZWAARD
•
Draai het zaagzwaard elke 8 uur om, om
ervoor te zorgen dat deze gelijkmatig slijt.
•
Houd de groeven van het zaagzwaard en
smeergaten schoon met een
reinigingsinstrument.
•
Controleer het zaagzwaard regelmatig op
slijtage en beschadigingen en vervang
deze indien nodig.
•
Reinig de oliekanalen van het zaagzwaard
om een goede smering van het
zaagzwaard en de zaagketting te
garanderen.
WAARSCHUWING!
Monteer nooit een nieuwe zaagketting op
versleten kettingwielen of een versleten
geleidering.
CONTROLE VAN DE SPANNING VAN
DE ZAAGKETTING
1.
Een nieuwe zaagketting moet na
maximaal 5 zaagsneden worden
nagespannen. Wanneer de zaagketting
is ingelopen, hoeft deze niet zo vaak te
worden nagespannen.
2.
De zaagketting is correct gespannen
wanneer deze tegen de onderkant van het
zaagzwaard ligt, maar gemakkelijk met de
hand worden bewogen.
3.
Pas indien nodig de kettingspanning aan.