Kamertemperatuur, Ventilatie En Nisdiepte; Omgevingstemperatuur; Beluchting; Nisdiepte - Gaggenau Rc 222 Mode D'emploi

Table des Matières
Les langues disponibles
  • FR

Les langues disponibles

Kamertemperatuur, ventilatie
en nisdiepte

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse
geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan
het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen
gebruikt worden.
Klimaatklass
Toelaatbare omgevingstemperatuur
e
+10 °C tot 32 °C
SN
+16 °C tot 32 °C
N
+16 °C tot 38 °C
ST
+16 °C tot 43 °C
T
De klimaatklasse staat op het typeplaatje.
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de
binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven
klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit
klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere
binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het
apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur
van +5 °C.

Beluchting

De lucht aan de achterzijde van het apparaat
wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd
afgevoerd kunnen worden.
Anders moet de koelmachine meer presteren.
Waardoor het energieverbruik toeneemt.
De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit
worden afgedekt!
E - Nr
FD - Nr

Nisdiepte

Voor het apparaat wordt een nisdiepte van 560 mm
aanbevolen. Bij een kleinere nisdiepte – minstens
550 mm – wordt het energieverbruik iets hoger.

De juiste plaats

Geschikt voor het opstellen zijn droge, ventileerbare
vertrekken. Het apparaat liefst niet in de zon of
naast een fornuis, verwarmingsradiator of een
andere warmtebron plaatsen. Is plaatsing naast een
warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van
een isolerende plaat of neem de volgende
minimumafstanden in acht:
Naast elektrische of gasfornuizen 3 cm.
Naast een CV-installatie 30 cm.

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal
1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik
neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat
de olie van de compressor in het koelsysteem terecht
komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het
apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken
van het apparaat").

Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het
apparaat bevinden en ook na het opstellen van het
apparaat goed bereikbaar zijn.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I.
Het apparaat aansluiten op een volgens
de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz
wisselstroomstopcontact met aardleiding.
Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering
van 10 A tot 16 A.
Bij apparaten die in niet Europese landen worden
gebruikt op het typeplaatje controleren of de
aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen
met de waarden van uw elektriciteitsnet.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje.
ã
Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten
op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en
sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters
worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties
die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare
elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op
schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse
aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben,
moet een sinusinverter worden gebruikt.
67
Table des Matières
loading

Table des Matières