NL
1. Draai beide schroeven (39) los en verwijder het geleideprofiel (40).
2. Open beide deuren.
3. Richt de bovenste zaaglintgeleider (41) geheel naar beneden.
4. Draai de afstelknop (42) los totdat het zaaglint loslaat.
5. Verwijder het zaaglint en voer het door de spleet in de zaagtafel (43), de bovenste zaaglintgeleider (44),
de doorgangsopening van het zaaglint (45) en de stelinrichting.
6. Zet het nieuwe zaaglint in. Let op de juiste positie van elk element : de zaagtanden naar de voorzijde (deurzijde) van de zaag.
7. Leg het zaaglint midden op de rubbervoeringen.
8. Draai de afstelknop opnieuw vast tot het zaaglint niet meer kan slippen.
9. Sluit beide deuren.
10.Vervolgens :
- Span het zaaglint (zie Inbedrijfstelling).
- Stel het zaaglint bij (zie Onderhoud en reparatie).
- Monteer de stelinrichting (zie Onderhoud en reparatie).
- Proefdraai gedurende minstens een minuut.
- Schakel de zaag uit, trek de stekker uit het stopcontact en controleer nogmaals de installatie.
9.2
ZAAGLINT BIJSTELLEN (Afb 22)
Indien het zaaglint niet over het midden van de rubbervoeringen loopt moet de helling van het bovenste zaaglintwiel bijgesteld
worden :
1. Draai de stelmoer (46) los.
2. Draai de stelschroef (47) vast :
- draai de stelschroef (47) met de klok mee als het zaaglint meer naar de voorzijde van de zaag loopt ;
- draai de stelschroef (47) tegen de klok in als het zaaglint meer naar de achterzijde van de zaag loopt.
3. Draai de stelmoer (46) opnieuw vast.
9.3
BOVENSTE ZAAGLINTGELEIDER BIJSTELLEN (Afb 23 - 24 - 25)
De bovenste zaaglintgeleider bestaat uit de volgende delen :
•
een steunrol (die het lint van achteren steunt) ;
•
twee leirollen (die het zaaglint zijdelings leiden).
Deze onderdelen moeten na elke wisseling en afstelling van het zaaglint bijgesteld worden.
Wenk :
De leirollen moeten regelmatig op slijtage gecontroleerd en zo nodig vervangen worden. Vervang steeds beide rollen tegelijk.
1. Door de draadstift (48) los te schroeven kunt u de steunrol (49) in de richting van de pijlen naar voren en naar achteren
verplaatsen.
2. Schroef de draadstang (50) los.
3. Stel de drierollengeleider (51) zó bij dat de zijrollen (52) op ongeveer 1 mm achter de basis van de zaagtanden komen
te staan.
4. Schroef de draadstang (50) weer vast.
5. Schroef de kartelmoer (56) los.
6. Zet de kartelschroef (53) en de zijdelingse leirollen (54) in de juiste stand – beide zijdelingse leirollen moeten lichtjes tegen
het zaaglint gedrukt staan.
Draai de zaaglintwielen met de hand een paar keer met de klok mee.
7. Schroef de kartelmoer (56) opnieuw vast.
8. Stel de rol (55) zó bij dat hij zich op ongeveer 1 mm voor het zaaglint bevindt.
9. Schroef de draadstang (50) weer vast.
72