Plaatsing
Bijzonder geval: Schuine plafonds
> 20°
Bijzonder geval: gedeeltelijk schuin plafond
> 1 m
RWM
RM
> 20°
Waar mag de rookmelder niet geplaatst worden
• Buiten (uitsluitend geschikt voor gebruik in gesloten ruimtes);
• In ruimtes waar het alarm kan afgaan door storende factoren
(stoom, condensatie, 'normale' rook, damp, stof, vuil of vet;
• Naast ventilatoren of daarmee vergelijkbare openingen (tocht);
• In ruimtes waar de temperatuur kan dalen tot onder 0° C of kan
oplopen tot boven 45° C.
• Voor schuine plafonds met een hoek
< 20° bestaan er speciale regels.
• Bij schuine plafonds van > 20° wordt
de melder op een afstand van 0,5 - 1 m
vanaf het hoogste punt gemonteerd.
• Gedeeltelijk schuine plafonds met een
horizontaal plafondoppervlak met een
breedte van < 1 m moeten net als schu-
ine plafonds worden behandeld.
• Bij een gedeeltelijk schuin plafond met
een horizontaal plafondoppervlak en
een breedte van > 1 m moet de melder
in het midden van het horizontale vlak
worden gemonteerd.
– 84 –
Netwerken
Tot 12 rookmelders van het type RWM165 kunnen met elkaar worden verbonden. Als
een melder een alarm detecteert, wordt dit alarm optisch en akoestisch aangegeven
door alle netwerk-rookmelders. Door de radioverbinding is een maximale afstand
tot 100 meter tussen de afzonderlijke melders in de ruimte mogelijk. Het bereik kan
negatief worden beïnvloed door de constructie en structuur van het gebouw.
Let op! Verbind geen draadloze rookmelders van andere modellen met deze rook-
melder. Dit kan tot storingen leiden!
1. Schakel de netschakelaar onderin de eerste rookmelder in.
2. Druk kort op de codeknop aan de onderkant van de eerste rookmelder: de rode
LED knippert ongeveer 1x per seconde.
– 85 –
Netwerken
NL