7.3 Beveiliging tegen onderspanning
Wanneer het apparaat detecteert dat de ingangsspanning lager is dan 200 V, dan zal het apparaat het huidige
werkbereik beperken.
–
Wanneer de ingangsspanning lager dan of gelijk is aan 180 V, dan wordt het werkbereik beperkt tot 70%;
–
Wanneer de ingangsspanning tussen de 180 V en 190 V is, dan wordt het werkbereik beperkt tot 75%;
–
Wanneer de ingangsspanning tussen de 190 V en 200 V is, dan wordt het werkbereik beperkt tot 85%.
Probleem
De pomp start niet
De pomp zuigt niet aan
Laag waterdebiet
De pomp maakt veel
lawaai
54
Oplossing
–
Storing in de stroomvoorziening, losgekoppelde of defecte bedrading.
–
Doorgebrande zekeringen of thermische overbelasting.
–
Controleer of de motoras vrij en zonder belemmeringen kan draaien.
–
Langdurig niet gebruikt. Haal de stekker uit het stopcontact en draai de
motoras enkele keren met de hand rond met een schroevendraaier.
–
Maak de pomp / zeefkorf leeg. Zorg ervoor dat de pomp / zeefkorf gevuld is
met water en dat de O-ring van het deksel schoon is.
–
Losse aansluitingen aan de aanzuigzijde.
–
Zeefkorf of skimmerkorf vol met vuil.
–
Aanzuigzijde verstopt.
–
Afstand tussen de pompinlaat en het vloeistofniveau is groter dan 2 m;
de pompinstallatie moet lager worden geplaatst.
–
Pomp niet gevuld.
–
Lucht in de aanzuigleiding.
–
Korf vol met vuil.
–
Onvoldoende waterniveau in zwembad.
–
Luchtlek in de aanzuigleiding, cavitatie veroorzaakt door een verstopte of te
kleine aanzuigleiding of een lek in een verbinding, laag waterpeil in het
zwembad of verstopte afvoerretourleidingen.
–
Trillingen veroorzaakt door onjuiste installatie enz.
–
Beschadigde motorlager of waaier (neem contact op met de leverancier
voor reparatie).