Naam
Lichtkleur
PIN 1
Rood
PIN 2
Zwart
PIN 3
Wit
PIN 4
Grijs
PIN 5
Geel
PIN 6
Groen
PIN 7
Bruin
PIN 8
Blauw
PIN 9
Oranje
Digitale ingang
Het werkbereik wordt bepaald door de status van de digitale ingang.
–
Als PIN4 verbonden is met PIN5, dan moet de pomp verplicht stoppen; indien niet verbonden, dan wordt de
besturing uitgeschakeld;
–
Als PIN3 verbonden is met PIN5, dan moet de pomp verplicht op 100% draaien; indien niet verbonden, dan
krijgt besturing via het bedieningspaneel prioriteit;
–
Als PIN2 verbonden is met PIN5, dan moet de pomp verplicht op 80% draaien; indien niet verbonden, dan
krijgt besturing via het bedieningspaneel prioriteit;
–
Als PIN1 verbonden is met PIN5, dan moet de pomp verplicht op 40% draaien; indien niet verbonden, dan
krijgt besturing via het bedieningspaneel prioriteit;
–
De functie van de ingangen (PIN1 / PIN2 / PIN3) kan worden gewijzigd overeenkomstig de
parameterinstellingen.
Analoge ingang
–
Bij het verbinden met PIN 8 en PIN 9 kan het werkbereik bepaald worden door een analoog
spanningssignaal van 0 tot 10 V of een analoog stroomsignaal van 0 tot 20 mA.
–
De standaardbesturingsmodus is door het stroomsignaal. U kunt dit desgewenst wijzigen in het
spanningssignaal in de parameterinstellingen (zie 4.8).
RS485
Bij het verbinden met PIN6 en PIN7 kan de pomp bestuurd worden via het Modbus 485-communicatieprotocol.
Relaisuitgang (optioneel)
Sluit terminal L en N aan om de externe besturing in te schakelen. Er is een extra aan/uit-relais nodig als het
vermogen hoger dan 500 W (2,5 A) is.
Beschrijving
Digitale ingang 4
Digitale ingang 3
Digitale ingang 2
Digitale ingang 1
Digitale aarding
RS485 A
RS485 B
Analoge ingang 0 (0-10 V of 0-20 mA)
Analoge aarding
51