NL
1.
Steunwielen installeren
Plaats zo de carroserie (1) dat de onderkant naar boven is gericht. Plaats de steunwielen (4)
aan de carroserie en draai met 8 schroeven (7) vast.
2.
Achterste kunststof afschermkap installeren
Plaats de kunststof afschermkap (6) op de achterkant van het model in de aangegeven positie.
Draai de afschermkap met twee schroef (7) vast.
3.
Plastic bescherming aan de voorkant monteren
Bevestig de plastic bescherming (5) aan de voorkant van het model op de daarvoor bestemde
plaats. Bevestig de plastic bescherming aan het model met vier schroeven (7).
4.
Het voorste wiel installeren
Schuif nu de stuurarm met het voorste wiel (3) via de opening in het onderste onderdeel van
het model.
5.
Stuurwiel installeren
Draai de schroef los met een schroevendraaier en verwijder de schroef.
5.1 Sluit de kabel van het stuurwiel aan op het model. Steek de hele kabel in de opening in het
model om te voorkomen dat de kabel bekneld raakt. Plaats het stuurwiel (2) op de stuurarm.
De opening van het stuurwiel moet met de opening in de stuurarm samenvallen. Schroef de
schroef in het eerder gecentreerde gat.
6.
Batterijvak / batterijaansluiting
Het batterijvak bevindt zich onder de zitting Draai de schroef los en open het deksel.
6.1 Verbind alle aansluitingen zoals op de afbeelding. Let op dat de polariteit niet wordt
veranderd. Zorg ervoor, dat de rode kabel (plus) en zwarte kabel (min) met de
overeenkomstige aalsuitingen van dezelfde kleur zijn verbonden.
6.2 Sluit het deksel en draai de schroef vast.
Let op!
Schakel het model na elk gebruik onmiddellijk uit als het model is voorzien van een aan/uit schakelaar. Als het model een accu heeft die kan worden verwijderd of is uitgerust met een los-
neembare steekverbinding, moet de accu na elk gebruik uit het model worden gehaald. De accu kan volledig leeg raken als het model per abuis wordt ingeschakeld of de accu en het model
worden niet losgekopeld. In zo'n geval verliest de accu zijn vermogen of kan zodanig worden beschadigd dat het laden of ontladen van de accu niet meer mogelijk is of tijdens dit proces
kan verbranden (brandgevaar). De volledig lege accu's kunnen nooit meer worden opgeladen of ontgeladen. Om diepe ontlading van de batterij te voorkomen, mag de spanning nooit lager
dan 6 V zijn. De spanning van volledig opgeladen accu is ca. 8,4 V. Om de diepe ontlading veroorzaakt door de zelfontlading van de accu te voorkomen, dient de accu na gebruik volledig
te worden opgeladen. De accu dient volledig te worden opgeladen na ca.10 minuut wachttijd na gebruik en niet later dan 12 uur na gebruik. Als de accu lange tijd niet gebruikt wordt, dient
dan ten minste elke 3 maanden op correcte spanning (min. 8 V) en op eventue le beschadiging te worden gecontroleerd.
Probleem
Model werkt niet.
Na het aanzetten rijdt het voertuig niet.
Na het aanzetten het voertuig rijdt.
De actieve zekering wordt geactiveerd en schakelt het apparaat voor en-
kele seconden uit. Eerst is een enkele klik hoorbaar.
Geen geluidsfunctie op stuurwiel/handgreep.
Schakelaars in een voertuig verslijten zeer vaak.
Informatie over de afvalverwerking
Batterijen en accu`s mogen niet met het gewone huisvuil weggegooid worden, maar
moeten apart worden verwijderd. De eindgebruiker moet de gebruikte batterijen in
overeenstemming met de procedures ontdoen (gescheiden inzameling van afval).
Na gebruik kan de batterij kosteloos in de winkel worden teruggegeven. De batterijen
bevatten stoffen die irriterend zijn, kunnen allergieën veroorzaken en zijn zeer reactief,
moeten om die reden afzonderlijk worden ingezameld en in overeenstemming met de
bepalingen betreffende het milieu en de gezondheid worden gebruikt. Wanneer de
batterijen onder het symbool van de doorkruiste afvalbak met wielen, met chemisch
symbool Hg, Cd en Pb zijn gemarkeerd, geeft dat aan dat ze meer dan 0,0005% kwik
(Hg), meer dan 0,002% cadmium (Cd) of meer dan 0004 % lood bevatten.
14
7.
Opladen van uw voertuig
●
Tijdens het opladen moet de aan/uit-schakelaar in de stand OFF staan.
●
Steek de lader in het stopcontact - de LED brandt groen. Sluit de lader aan op de laad
con tactdoos.
●
De LED op uw oplader brandt rood zolang de accu wordt opgeladen. Als de LED weer
groen oplicht, is de batterij volledig opgeladen.
●
De oplaadtijd bedraagt 4,5 uur.
●
Laad de batterij niet meer dan één keer binnen24 uur op.
●
Lader en batterij warmen op tijdens het opladen.
Waarschuwing!
De lader is geen speelgoed. Gebruik alleen de bijgeleverde oplader (Lithium).
●
●
De batterij mag alleen worden opgeladen door of onder toezicht van een volwassene.
De aansluitklemmen mogen niet kortgesloten worden.
●
●
De lader moet regelmatig worden gecontroleerd op beschadigingen aan de kabel, de
stekker, de ombouw en andere onderdelen. Als er schade wordt opgemerk, mag de
lader niet worden gebruikt totdat de schade is repareerd.
●
Laat het model na elk gebruik voldoende afkoelen alvorens het weer in gebruik te nem
en. Laat bij gebruik van een extra batterij deze minimaal 15 minuten afkoelen alvorens
het model weer in gebruik wordt genomen. Oververhitting kan de elektronica
beschadigen of brand veroorzaken.
●
Koppel de accu altijd onmiddellijk na het opladen los van de lader. Altijd de lader
onmiddellijk van het stroomnet loskoppelen nadat u de batterij. Het plaatsen van de
oplaadbare batterij of oplader na het opladen zal resulteren in schade aan de batterij,
de lader of de stroomvoorziening (brandgevaar).
●
Gebruik de lader alleen in droge ruimten.
Laad het voertuig alleen op met de bijgeleverde oplader (lithium). Gebruik alleen de
bijgeleverde oplaadbare batterij (lithium). Laad of gebruik geen andere voertuigen met
de lader en accu.
Functies
A
Gaspedaal
● Nadat het gaspedaal wordt ingedrukt, beweegt het model.
● Nadat de voet van het gaspedaal is genomen, stopt het model.
B
Hoorn
Source
De batterij is verkeerd aangesloten.
ON/OFF schakelaar defect.
Motorkabel verkeerd of niet aangesloten.
Gas- of richtingsschakelaar defect.
Belast of kortsluiting.
De kabel is tijdens de installatie gebroken of gekneld.
Vuil en vocht beschadigen de schakelaars.
Solution
Sluit de batterij op de juiste manier aan (zie gebruiksaanwijzing).
Controleer of vervang de schakelaar.
Controleer en sluit de motorkabel aan (zie gebruiksaanwijzing).
Controleer of vervang de schakelaar.
Vermijd belasting van het voertuig, of controleer het voertuig.
Controleer het stuurwiel en vervang het indien nodig.
Rijd niet in natte of verontreinigde gebieden zoals weilanden,
grind, zand, e.d.
Informatie over de afvalverwerking
Elektrische apparatuur mag niet met het gewone huisvuil weggegooid worden, maar
moet apart worden verwijderd. De eindgebruiker is verplicht- indien mogelijk - om de
accu te verwijderen en elektrische apparatuur naar stedelijk afvalinzameling te leveren.
Staan op het apparaat de persoonlijke gegevens dan moeten ze zelfstandig worden
verwijderd.