7.6.2
Smalle doorgangen
Wanneer er een smalle doorgang is, net voor een ongelijkmatig gebied (bv. grind,
boomschors, enz.) of trappen, dan kan uw robotmaaier hier werken zolang de doorgang
minimaal 1,6 m breed is (100 cm tussen de perimeterdraden). Indien de versmalling zich op
hetzelfde niveau bevindt (bv. pad, terras, enz.) dan dient de doorgang een minimale breedte
van 1,2 m te hebben (100 cm tussen de perimeterdraden) en een maximale lengte van 8 m
(Fig. 3).
7.6.3
Afstand tot de tuingrens
Wanneer de robotmaaier een perimeterdraad (17) nadert, wordt de draad gedetecteerd door
de sensoren vooraan de robotmaaier. Voordat de robotmaaier omkeert, gaat hij echter tot 30
cm over de perimeterdraad (17). Houd dit in gedachten wanneer u het maaigebied plant
(Fig. 5a).
7.6.4
De draad in hoeken leggen
Vermijd de perimeterdraad (17) in rechte hoeken (90°) te leggen in hoeken. Om te voorkomen
dat de robotmaaier te ver over de perimeterdraad (17) rijdt, leg de perimeterdraad (17) zoals
getoond in Fig. 5b.
7.6.5
De hellingshoek van het gazon berekenen
De robotmaaier kan hellingen tot 36 % aan. Steilere hellingen dient u te vermijden. De
hellingsgraad kan bepaald worden op basis van het hoogteverschil gedeeld door de afstand
(Fig. 5c).
Voorbeeld: a/b = 36 cm/100 cm = 36 %
7.6.6
Montage van de perimeterdraad op hellingen
De robotmaaier kan slippen op hellingen, vooral wanneer het gras nat is, en als gevolg
hiervan over de perimeterdraad (17) rijden. Het is daarom aanbevolen om op te letten voor de
volgende punten (Fig. 5d):
▪
In het gebied boven aan de helling, mag de perimeterdraad (17) niet geplaatst worden op
hellingsgraden van meer dan 36 %. Zorg ervoor dat er een afstand van 30 cm van
obstakels en grenzen van het gazon wordt aangehouden.
▪
In het gebied onder aan de helling, mag de perimeterdraad (17) niet geïnstalleerd worden
op hellingen van meer dan 17 %. Zorg dat er een afstand van 40 cm van obstakels en
grenzen van het gazon wordt aangehouden.
7.6.7
Opritten en verharde paden
▪
Zet verhoogde paden, gebieden met grind of schorssnippers, bloembedden of andere
soortgelijke gebieden af. Leg de perimeterdraad (17) op een afstand van minstens 30 cm
(Fig. 5e & Fig. 5f).
▪
Paden die gelijk liggen met de grasmat hoeven niet afgebakend te worden omdat de
robotmaaier daar gewoon over kan rijden. U kunt de perimeterdraad (17) ook op paden
leggen (Fig. 5f & Fig. 5g).
7.6.8
Perimetereilanden
Maak perimetereilandjes om obstakels in het maaigebied te beschermen. Dit voorkomt
botsingen met gevoelige voorwerpen, vijvers, bomen, tuinmeubilair, bloembedden, enz. (Fig.
.
5h & Fig. 5i)
▪
Rol de perimeterdraad (17) uit van de randen naar de voorwerpen die u wenst te
beschermen.
Copyright © 2024 VARO
POWDPG6010
| 11
P a g i n a
NL
www.varo.com