7.5.3
Het laadstation assembleren
Sluit de paal van het laadstation (18d) aan op de bodemplaat (18b) d.m.v. vier zelftappende
schroeven (25) en een schroevendraaier (Fig. 6c).
Wanneer de robotmaaier correct werkt en een geschikte plek voor het laadstation (18) werd
gevonden, zet het laadstation dan op zijn plek vast m.b.v. de haringen (14). Gebruik de
inbussleutel (23) om de haringen (14) volledig in de grond vast te zetten (Fig. 6d).
7.5.4
Informatie over het opladen
De robotmaaier keert naar zijn laadstation (18) terug in elk van de volgende omstandigheden:
▪
U stuurt de robotmaaier manueel terug (via het bedieningspaneel of de app).
▪
De batterijlading daalt onder de 36 %.
▪
Het einde van de werktijd werd bereikt.
▪
De regensensor grijpt in.
▪
De robotmaaier is oververhit of onderkoeld.
In deze gevallen rijdt de robotmaaier automatisch langs de perimeterdraad (17) totdat hij zijn
laadstation (18) bereikt.
Wanneer de robotmaaier naar zijn laadstation (18) terug wil keren, gaat hij eerst op zoek naar
de perimeterdraad (17) en gaat dan in wijzerzin langs de perimeterdraad (17) rijden tot hij bij
het laadstation kan aankoppelen en kan beginnen te laden.
Zodra de batterij (22) volledig geladen is, herneemt de robotmaaier zijn werk of blijft in het
laadstation (18) tot het volgende tijdsvenster dat er gewerkt dient te worden. Het werken kan
ook hernemen wanneer de temperatuur gedaald is na oververhitting. Wanneer de batterij (22)
leeg is voordat het laadstation (18) bereikt werd, zal de robotmaaier niet opnieuw kunnen
starten. Breng de robotmaaier dan terug naar zijn laadstation (18). De robotmaaier zal dan
automatisch opladen.
7.6
Perimeterdraad
BELANGRIJK! Doorgesneden perimeterdraden en de gevolgen daarvan
worden niet gedekt door de garantie.
7.6.1
De perimeterdraad leggen
De perimeterdraad (17) kan zowel op als in de grond gelegd worden. De haringen kunnen
breken en de perimeterdraad beschadigen wanneer ze in een bodem gehamerd worden die te
hard of te droog is. Indien de grond zeer droog is: bewater het gazon voordat u de
perimeterdraad plaatst.
7.6.1.1
Montage op de bodem
Wanneer u niet van plan bent om later het gazon te verluchten of te verticuteren, leg de
perimeterdraad (17) dan stevig op de bodem en zet hem vast met de meegeleverde haringen
(13). U kunt de positie van de perimeterdraad nog aanpassen gedurende de eerste weken dat
u met de robotmaaier werkt. Na een zekere tijd zal de perimeterdraad echter overgroeid raken
door het gras en niet langer zichtbaar zijn. Plaats de perimeterdraad met een maximale
afstand van 1 m tussen de haringen (13). Verklein de afstand tussen de haringen op
ongelijkmatige delen van het gazon. Vermijd situaties waarbij de draad de grond niet raakt.
Zorg ervoor dat de perimeterdraad niet door de robotmaaier kan doorgesneden worden.
7.6.1.2
Montage in de bodem
Graaf de perimeterdraad 5 cm diep in de bodem in. Dit voorkomt dat de perimeterdraad (17)
beschadigd raakt tijdens bv. het verluchten of verticuteren.
Copyright © 2024 VARO
POWDPG6010
| 10
P a g i n a
NL
www.varo.com