Voordat u het rookkanaal installeert, moet u ook de temperatuurklasse van het rookkanaal controleren.
•
Gemiddelde temperatuur van het verbrandingsgas bij nominaal vermogen (tabel 2)
•
Maximumtemperatuur van het verbrandingsgas in veiligheidstest (tabel 2)
•
De temperatuurklasse van het rookkanaal is T 600
Controleer de volgende punten en kies op basis daarvan de juiste plaats voor de kachel.
•
De veiligheidsafstand tot brandbare en niet-brandbare constructies (tabel 1)
•
De plaats van de schoorsteenaansluiting (de hoogte van de eventuele bestaande schoorsteenaansluiting vanaf de vloer of de
installatieroute voor een nieuwe schoorsteen)
•
Het vloermateriaal (brandbaar, niet-brandbaar, betegeld, waterdicht gemaakt)
•
Als de kachel op een gedeelde schoorsteen wordt aangesloten (er is al een andere kachel op de schoorsteen aangesloten), moet
elke aansluiting een eigen smoorklep hebben. De afmeting van de schoorsteen moet worden gekozen op basis van de grootste
kachel.
•
Controleer voordat u de kachel aansteekt ook of het rookkanaal voldoende trekt en of de kachel niet is beschadigd.
•
De trek in de schoorsteen is -12 Pa bij nominaal vermogen.
•
U kunt de trek grofweg controleren door bijvoorbeeld een stukje krantenpapier in de kachel te verbranden.
•
Schakel apparatuur die onderdruk veroorzaakt, zoals een ventilatiekap of mechanisch bediende ventilatie, uit voordat u de kachel
aansteekt. Als het ventilatiesysteem is uitgerust met een rookkanaalschakelaar, gebruikt u deze volgens de instructies van het
systeem.
•
Als de kachel een eigen externe toevoerpijp voor verbrandingslucht heeft, gaat u na of deze open is, of er geen voorwerpen voor
staan waardoor blokkade optreedt en of er luchttoevoer is. De toevoerpijp kan onder aan de kachel aan de wand of op de vloer
worden geplaatst. De pijp moet uitgerust zijn met een afsluitbaar rooster of een afsluitklep. De diameter van de pijp moet minimaal
10 cm zijn.
•
Helo-kachels zijn bedoeld voor het verwarmen van een sauna. Ze mogen niet voor andere doeleinden worden gebruikt.
•
De kachel is niet bedoeld voor continu gebruik 24 uur per dag.
•
Er mag geen zeewater, regenwater of chloorhoudend water over de stenen worden gegoten. Gebruik uitsluitend schoon water.
•
In de nabijheid van zeewater is er ook corrosiegevaar voor de kachel; de levensduur kan daardoor korter zijn.
•
Er mogen geen decoratieve of andere voorwerpen op de kachel worden geplaatst. De kachel mag niet worden afgedekt als deze
brandt of heet is. Vanwege brandgevaar is het verboden om bijvoorbeeld drogende kleding of ander brandbaar materiaal op de
kachel te leggen.
•
Om een volledig vermogen en een goede veiligheid te waarborgen moet de kacheldeur altijd gesloten zijn als de kachel brandt. Als
de kachel brandt, mag de kacheldeur alleen worden geopend om het brandhout bij te vullen, en er moet voortdurend toezicht op de
kachel zijn. Bewaak de temperatuur van de sauna zodat de kachel niet oververhit raakt. Als de kachel oververhit raakt, opent u de
saunadeur voor ventilatie.
•
Kacheldeuren en glazen oppervlakken moeten voorzichtig worden behandeld.
•
De knop van de kacheldeur kan heet zijn; gebruik een hulpmiddel om de deur te openen (handschoen).
•
Als de kachel lange tijd niet is gebruikt en in een vochtige ruimte staat (bijvoorbeeld een onverwarmde vakantiewoning), moet u vóór
het gebruik zorgvuldig controleren of er geen corrosieschade is en of de schoorsteen niet verstopt is, bijvoorbeeld door een vogelnest.
•
Bij een schoorsteenbrand of als het risico daarop bestaat, sluit u de kacheldeuren, maar laat u de smoorklep op het rookkanaal
open.
•
Bel de brandweer als u hulp nodig hebt om de brand te blussen. Na een schoorsteenbrand moet altijd een plaatselijke
schoorsteenveger de staat van het rookkanaal controleren.
•
Een schoorsteenbrand, ook als u hem hebt weten te blussen, moet altijd aan de brandweer worden gemeld.
•
Wees voorzichtig! De knoppen, de ruit van de kacheldeur, het oppervlak van de kachel en de gerecirculeerde lucht kunnen heet
zijn!
•
Laat kinderen niet zonder toezicht van volwassenen het vuur aansteken of bij een brandend vuur blijven.
•
Volg de instructies bij het gebruik en het installeren van de kachel.
•
U kunt de kachel alleen laten branden met onbewerkt brandhout.
•
Er mogen geen structurele veranderingen aan de kachel worden aangebracht.
•
Gebruik uitsluitend originele apparatuur en door de fabrikant goedgekeurde onderdelen.
2. Installatie en voorbereidingen voor het gebruik
2.1. Gebruiksklaar maken en inbranden
•
Bevestig de knop aan de deur.
•
Plaats de kachel buiten op een niet-brandbare ondergrond, zonder stenen.
•
Modellen met een waterreservoir: bevestig de kraan en de kap, vul het reservoir met water.
•
Verwijder alle extra stickers en de plastic bescherming (NIET de sticker met de CE-markering).
•
Zorg ervoor dat het rooster op zijn plaats zit.
•
Installeer de meegeleverde aansluitpijp aan de rookkanaalopening boven de kachel, met het kortste deel in de kachel.
•
Controleer de kappen voor de roetluiken en de rookkanaalopening.
•
INBRANDEN: het doel van inbranden is buitenshuis de beschermingsmiddelen van de kachel afbranden en de lak van de kachel
uitharden. Stook een kachel vol klein gehakt hout op, vul één of twee keer bij. Laat de kachel buiten branden totdat er geen geur
meer van de kachel komt.
•
Laat de kachel afkoelen en plaats hem binnen in de sauna.
•
Zorg tijdens de eerste brandbeurten voor voldoende ventilatie.
4