neofeu NEO INOX Manuel D'instructions page 31

Table des Matières
- In alle gevallen moet de antival uit circulatie genomen worden
en mag hij niet meer gebruikt worden voordat een bevoegde
persoon schriftelijk het hergebruik heeft toegestaan.
VERANKERINGSONDERDEEL
- Vóór elk gebruik controleren of de verankering van de
valbescherming correct is uitgevoerd. Het verankeringspunt
waaraan de valbescherming is verankerd, en de gebruikte
onderdelen voor verankering, moeten conform de EN 795 zijn
(#3.5).
- Het verankeringspunt moet zich boven de gebruiker bevinden
voor een uitsluitend verticaal gebruik. Als de antival horizontaal
kan worden gebruikt (#1-9), verwijzen we naar de aanvulling
"Horizontaal gebruik" hierna.
- Als de valbeschermer compatibel is met de configuratie van
het gebruik van onderdeel 2 (#1-12), kan de gebruiker boven
het bevestigingspunt van het apparaat komen. In het geval van
een val zal de stopafstand en de maximale inspanning groter
zijn. Tijdens deze configuratie van gebruik, zal de vrije hoogte
groter zijn (#1-13).
- De antival mag alleen met behulp van zijn verankeringselement
(ring, gat) worden vastgemaakt. De antival mag niet worden
gebruikt wanneer het verankeringselement aan het harnas
is vastgemaakt. De gebruikers worden erop gewezen
dat de bestaande stoffen gebruiksgreep bij sommige
antivalmodellen in geen geval als een verankeringselement
mag worden beschouwd (#3.5).
- Het gebruik van het valstopsysteem moet zo gebeuren dat
het risico op vallen en de valhoogte tot een minimum worden
beperkt.
- Alleen onderdelen die conform zijn met de normen EN 362
en EN 795 mogen gebruikt worden (koppelingen (haken), lijnen,
stroppen..).
- De valbescherming moet in geen geval dragen aan een
onderdeel van de constructie (#3.8), hij moet in lijn zijn met de
verankering en het bevestigingspunt van het harnas van de
gebruiker.
- De valbescherming is bestemd voor gebruik met een valharnas
als enig grijpmiddel van een persoon. Gecontroleerd moet
worden of dit harnas voldoet aan de norm EN 361, of de maat
geschikt is voor de gebruiker, of de afstellingen correct zijn en
het harnas goed aangetrokken is, en of sluitnaden, stelgespen
en banden niet vervormd zijn, en het harnas vrij is van breuken,
roestsporen of andere beschadigingen.(#3.3)
- Het koppelstuk aan het eind van de lijn moet uitsluitend
vergrendeld worden aan de ring van het harnas die daarvoor
bestemd is (raadpleeg de handleiding van het harnas waarin op
dit punt wordt ingegaan).
GEBRUIKSVOORWAARDEN
- Voor optimaal veilige voorwaarden tijdens het werken op
hoogte, is het belangrijk om verplaatsingen zoveel mogelijk
te beperken, en ze op rustige wijze uit te voeren zodat de
valbescherming in goede omstandigheden kan werken. Om
het slingereffect te beperken, niet werken voorbij een hoek van
30° ten opzichte van de verticale as van de verankering (#3.6)
Voor horizontaal gebruik, zie de paragraaf «horizontaal gebruik»
hierna.
- In het geval van een slingerval is de hoogte van de verticale
val groter dan voor een rechtstreekse val. Zich niet verder
van de loodlijn van het verankeringspunt verwijderen dan een
afstand die groter is dan de helft van de hoogte tussen het
verankeringspunt en de werkplek (#5).
- Het is noodzakelijk om vóór elk gebruik te controleren of
de vrije ruimte onder de voeten van de gebruiker van de
valbescherming (tirant d'air) ten minste gelijk is aan de waarde
die is aangegeven in de kenmerken van het apparaat (#1).
Controleer dat er geen enkel obstakel aanwezig is op het traject
van de eventuele val.
- Niet gebruiken boven losliggend materiaal waarin men kan
vallen (#3.7).
- Om de uitrusting in perfecte conditie te houden moet het niet
gebruikt worden bij temperaturen die buiten het bereik gaan van
-30°C tot +50°C (#3.11).
- Ondanks de goede bescherming die de carter biedt, is het
belangrijk om de valbescherming en met name de lijn niet
bloot te stellen aan agressieve substanties zoals zuren of
oplosmiddelen die het materiaal kunnen beschadigen, met
name wanneer de omgevingstemperatuur hoog is.
- Ook moet men voorkomen dat men bij het gebruik van de
valbescherming de lijn niet langs scherpe of ruwe randen laat
wrijven die de lijn kunnen beschadigen. Gebruik bescherming
voor de randen.
- In het specifiek geval van een ARA met Dyneema®-riem (#1-
1=D), mag de gebruiker de vallijn van de ARA niet blootstellen
aan een temperatuur van meer dan of gelijk aan 140 °C. Deze
waarde komt overeen met het smeltpunt van de Dyneema®-
riem. Deze band heeft ook een lage wrijvingscoëfficiënt.
- Er bestaat een risico op hoofdletsel bij gebruik van een
zelfoprollende veiligheidslijn in omgekeerde positie (zie tabel #1-
15). Het wordt aanbevolen om tegelijkertijd een veiligheidshelm
te dragen.
GOEDKEURING VOOR HORIZONTAAL GEBRUIK
- Deze valbescherming is speciaal getest op het stoppen van
de val van een persoon die vanaf een horizontaal vlak in het
luchtledige valt.
- Diverse geldige tests hebben aangetoond dat de lijn van deze
valbescherming een val tegengaat over een scherpe rand van
het Type A zonder ander extra onderdeel. De scherpe rand
van Type A die gebruikt is voor de tests komt overeen met de
rand van een ijzeren staaf met een aanlopende straal R=0.5mm
zonder bramen (#3.9.A). Hierdoor kan dit apparaat gebruikt
worden op elke soortgelijke rand (profiel van gecoat ijzer, houten
balk, afgeronde boeiboord, ...).
BIJZONDERHEDEN VAN HORIZONTAAL GEBRUIK
- De volgende opmerkingen moeten in acht genomen worden
wanneer de uitrusting horizontaal gebruikt wordt en er een
valrisico bestaat van een hoogte boven een scherpe rand :
- Als de inschatting van de risico's vóór aanvang van de uit te
voeren werkzaamheden een valrisico aantoont over een zeer
scherpe of niet braamvrije rand (bijv. een rand met glasstukjes,
een met een snijbrander gesneden en niet braamvrije plaat
etc.) moeten de nodige maatregelen genomen worden om
een val over die rand onmogelijk te maken of anders de rand
afschermen. Bij twijfel contact opnemen met de fabrikant.
- Het verankeringspunt moet zich op hetzelfde niveau bevinden
als de rand waar overheen de val plaats kan hebben of boven
die rand. De uitwijkingshoek van de lijn ter hoogte van de
scherpe hoek moet hoger of gelijk zijn aan 90° (#6).
.
- De beschikbare ruimte onder de rand boven welke de val
kan plaatsvinden moet ten minste gelijk zijn aan de waarde
die is aangegeven in de kenmerken van het apparaat bij
horizontaal gebruik (#1-10).
- Om de slingereffecten van een val zo min mogelijk te maken
moet de werkruimte of de toegestane uitwijking ten opzichte
van de aslijn, die haaks op de rand staat en loopt via het
valbeveiligende verankeringspunt beperkt worden tot 1,5
meter (#7). Indien dat onmogelijk is, moet niet het individuele
27
Table des Matières
loading

Ce manuel est également adapté pour:

Neo120.inox.k

Table des Matières