10
Problemen - Oorzaken - Oplossingen
Indien de brander uitvalt, mag deze niet meer dan
twee maal achtereenvolgens ontgrendeld worden
om schade aan de installatie te vermijden. Als de
brander de derde maal vergrendeld wordt, moet
OPGELET
de assistentiedienst gecontacteerd worden.
SIGNAAL
PROBLEEM
Geen enkele knippering De brander start niet
2 maal knipperen
Na de voorventilatie en
de beveiligingstijd gaat
de brander in veiligheid
nadat de beveiligingstijd
afgelopen is
4 knippereni
De brander start en valt
vervolgens stil
7 maal knipperen
Vlam haakt af
De brander gaat niet
over naar 2de stadium
De brandstof gaat naar
het 2de stadium en de
lucht blijft in het 1ste sta-
dium
6079
Problemen - Oorzaken - Oplossingen
WAARSCHIJNLIJKE OORZAAK
1
- Geen stroom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
2
- De afstandbesturing voor begrenzing TL staat open . . .
3
- De afstandbesturing voor beveiliging TS staat open . . .
4
- Branderapparaat gaat in veiligheid . . . . . . . . . . . . . . . .
5
- Pomp geblokkeerd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
6
- Slechte elektrische verbindingen . . . . . . . . . . . . . . . . . .
7
- Elektrische apparatuur defect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
8
- Elektrische motor defect. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
9
- Geen brandstof in tank of water op de bodem . . . . . . . .
10 - Onjuiste afstelling spuitstuk en luchtventiel . . . . . . . . . .
11 - Elektroventiel stookolie opent niet . . . . . . . . . . . . . . . . .
(1ste stadium of veiligheid)
12 - Verstuiver 1ste stadium verstopt, vuil of vervormd . . . .
13 - Vuile of slecht afgestelde ontstekingselektrode . . . . . . .
14 - Elektrode aan de aarding tengevolge van isolatiebreuk
15 - Hoogspanningskabel defect of aan aarding . . . . . . . . . .
16 - Hoogspanningskabel vervormd door hoge temperaturen Vervangen en afschermen
17 - Ontstekingstransformator defect . . . . . . . . . . . . . . . . . .
18 - Slechte elektrische verbindingen van de ventielen . . . .
of transformator
19 - Elektrische apparatuur defect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
20 - Afgelopen pomp . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
21 - Koppeling motor-pomp stuk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
22 - aanzuigleiding pomp aangesloten op terugloopleiding .
23 - Handafsluiter voor de pomp gesloten . . . . . . . . . . . . . .
24 - Vuile filters (op de voedingslijn, in de pomp, aan de . . .
verstuiver)
25 - Fotoweerstand of branderapparaat defect . . . . . . . . . . .
26 - Fotoweerstand vuil . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
27 - 1ste stadium van de vijzel defect . . . . . . . . . . . . . . . . . .
28 - Vergrendelde motor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
29 - Bedieningsschakelaar motor defect . . . . . . . . . . . . . . . .
30 - Tweefasige elektrische voeding, het thermische . . . . .
relais grijpt in
31 - Draairichting motor verkeerd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
32 - Kortsluiting fotoweerstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
33 - Uitwendige belichting of vlamsimulatie . . . . . . . . . . . . .
34 - Slecht afgestelde spuitstuk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
35 - Slecht afgestelde ontstekingselektroden of vuil . . . . . . .
36 - Slecht afgesteld luchtventiel, teveel lucht . . . . . . . . . . .
37 - 1ste verstuiver te groot (stoten) . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
38 - 1ste verstuiver te klein (vlam haakt af). . . . . . . . . . . . . .
39 - 1ste verstuiver vuil of vervormd . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
40 - Onaangepaste pompdruk. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
41 - Verstuiver 1ste stadium, niet aangepast aan ketel . . . .
of brander
42 - Verstuiver 1ste stadium defect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
43 - Afstandbesturing TR sluit niet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
44 - Elektrische apparatuur defect . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
45 - Bobine elektroventiel 2de stadium defect . . . . . . . . . . .
46 - Lage pompdruk . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
47 - 2e stadium van de vijzel defect . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
24
Indien de brander nog wordt vergrendeld of ande-
re defecten vertoont, mogen de ingrepen uitslui-
tend uitgevoerd worden door bevoegd verklaard
en gespecialiseerd personeel, volgens de aandui-
GEVAAR
dingen in deze aanwijzingen en in overeenstem-
ming met de normen en de wetsbepalingen.
AANGERADEN OPLOSSING
Schakelaars afsluiten - Zekeringen controleren
Afstellen of vervangen
Afstellen of vervangen
Branderapparaat ontgrendelen, tenminste 10s na de
vergrendeling
Vervangen
Controleren
Vervangen
Vervangen
Tank vullen of water afzuigen
Stel ze af, zie pag. 12 en pag. 18
Verbindingen controleren, bobine vervangen
Vervangen
Afstellen of reinigen
Vervangen
Vervangen
Vervangen
Controleren
Vervangen
Aanzuigen, zie "Pomp die afloopt"
Vervangen
Aansluiting aanpassen
Openen
Reinigen
Vervangen fotoweerstand of apparatuur vervangen
Reinigen
Vijzel vervangen
Thermisch relais ontgrendelen
Vervangen
Deblokkeer het thermische relais bij de terugkeer
naar de drie fases
Elektrische verbindingen van de motor omwisselen
Fotoweerstand vervangen
Licht uitschakelen of branderapparaat vervangen
Stel ze af, zie pag. 12, Afb. 13
Stel ze af, zie pag. 12, Afb. 9 of reinig ze
Afstellen
Verklein debiet 1ste verstuiver
Vergroot debiet 1ste verstuiver
Vervangen
Afstellen tussen 10 en 14 bar
Zie tabel verstuivers pag. 11 de verstuiver 1ste sta-
dium verkleinen
Vervangen
Afstellen of vervangen
Vervangen
Vervangen
Verhogen
Vijzel vervangen
NL