Meetpunt
Vooraleer een definitieve keuze wordt gemaakt i.v.m. de plaats van de elektro-
den, is het nuttig een meetprofiel te maken van de vloeistofstroom om zeker te
zijn dat de vereiste homogeniteit bereikt is. De regel wil dat de elektroden één
derde van de buiswijdte diep in de vloeistofstroom steken en zo geplaatst worden
dat zij gasbellen of bezinksel rond het meetpunt vermijden.
Gewoonlijk worden de meetelektroden verticaal in de stroming geplaatst met de
meetkop stroomafwaarts gericht om het risico voor verstopping door zwevend
materiaal in te dijken.
Alle sensoren worden meestal geplaatst op een geschikte plaats stroomafwaarts
van het doseerpunt, waar de metingen stabiel en betrouwbaar zijn. De respons
van het doseersysteem wordt beïnvloed door de tijd die nodig is om de reagentia
te verspreiden en hun aankomst bij het meetpunt.
pH-meting
1. Kies het gewenste meetbereik (pH) met é ê . Op de aflezing wordt de
gemeten waarde onmiddellijk aangeduid volgens de voorgaande ijking. Druk
op CAL om opnieuw te ijken.
2. Men kan nu kiezen tussen de opgeslagen buffers (1.68, 2.00, 4.00, 4.01, 6.87,
7.00, 9.18, 9.21, 10.01, 12.00, 12.45 + max. 5 gebruikerstabellen). Kies de
gewenste waarden in en druk op OK. De niet gebruikte buffers uitschakelen.
3. Reinig de elektroden met gedistilleerd water, dompel ze in de eerste
bufferoplossing. Kies [IJKEN], druk vervolgens op OK en volg de instructies op
het scherm.
4. Reinig de elektroden met gedistilleerd water, dompel ze in de meetoplossing
en lees de meter af.
5. Na gebruik de elektroden steeds met gedistilleerd water reinigen en
vervolgens in een 3...4 M KCl oplossing bewaren.
•
Houd SET ingedrukt en druk op ê om de resolutie te veranderen tussen 0,1 en 0,001
pH.
mV-meting
1. Kies het gewenste meetbereik met é ê . Op de aflezing wordt de gemeten
waarde onmiddellijk aangeduid volgens de voorgaande ijking. Druk op CAL om
opnieuw te ijken.
2. Dompel de elektroden in een ijkoplossing van gekend potentiaal. Kies [IJKEN],
druk vervolgens op OK, stel de juiste waarde in, en druk op OK.
•
Kies [RESET] en druk op CAL om de ijking te annuleren.
•
Houd SET ingedrukt en druk op ê om de resolutie te veranderen tussen 0,1 en 1 mV.
Temperatuurmeting
1. Kies het gewenste meetbereik (°C) met é ê . Druk op CAL om opnieuw te
ijken.
2. Dompel de Pt1000 in een oplossing van gekende temperatuur. Kies [IJKEN],
druk vervolgens op OK, stel de juiste waarde in, en druk op OK.
•
Kies [RESET] en druk op OK om de ijking te annuleren.
•
Zonder Pt1000, druk op CAL, stel de manuele temperatuur-compensatie in en druk op
OK.
pH/mV/temperatuur-meting
12