Manual_FX-RM_Series_Int24_rev24
- Start de motor nooit als er olie gemorst is. Verplaats de machine naar een andere locatie.
Vermijd elke vorm van ontsteking en vonken totdat de benzinedampen volledig zijn
verdwenen.
- Plaats alle tank- en tankdoppen voorzichtig terug
- Controleer de messen, bouten en snij-eenheden op zichtbare slijtage en schade voordat u het
apparaat gebruikt. Vervang versleten of beschadigde messen en bouten in sets om onbalans te
voorkomen.
- Breng nooit wijzigingen aan in de veiligheidsvoorzieningen. Controleer regelmatig of ze goed
werken.
- Houd de machine vrij van gras, bladeren en ander vuil. Verwijder olie- of brandstofresten.
Laat de machine afkoelen voordat u deze opbergt.
- Let bijzonder goed op wanneer u de maairichting verandert in bergafwaarts.
- Probeer nooit de maaihoogte te verstellen terwijl de motor draait.
- Stekkenvangers en hun afzonderlijke onderdelen zijn onderhevig aan slijtage, beschadiging en
schuring, waardoor draaiende onderdelen bloot kunnen komen te liggen. Dit kan leiden tot het
wegslingeren van voorwerpen. Controleer de afzonderlijke onderdelen regelmatig en vervang
ze indien nodig door originele reserveonderdelen die door de fabrikant worden aanbevolen.
- De messen zijn scherp en snijden precies. Wees voorzichtig bij het onderhoud van de messen.
Wikkel de messen in een doek of draag beschermende handschoenen.
- Verander nooit de snelheidsregelaar van de motor en overbelast de motor niet
- Wees vooral voorzichtig wanneer u de grasmaaier achteruit of naar u toe beweegt.
- Stop de messen als de maaier moet worden gekanteld voor transport, vooral wanneer u over
andere oppervlakken dan gras rijdt.
- Schakel alle messen en bedieningskoppelingen uit voordat u de motor start.
- Start de motor voorzichtig zoals beschreven in de instructies en houd uw voeten uit de buurt
van de messen.
- Kantel de grasmaaier niet wanneer u de motor inschakelt, tenzij de grasmaaier gekanteld
moet worden om te starten. Kantel hem in dat geval niet meer dan nodig. Til alleen het deel
op dat van de gebruiker is verwijderd.
- Start de motor niet als u voor het uitlaatkanaal staat.
- Transporteer of draag een grasmaaier nooit als de motor nog draait.
- Verlaag de remstand bij het uitschakelen van de motor en als de motor is uitgerust met een
afsluitklep. Schakel de benzinetoevoer uit aan het einde van het maaien. Vertraag bij gebruik
van een transportmiddel.
228