Geleidbaarheidsmeting
Opgeloste-zuurstof-meting
13
Meting:
1. Kies het gewenste meetbereik met çè. Op de aflezing wordt de gemeten
waarde onmiddellijk aangeduid volgens de voorgaande ijking. Druk op CAL om
opnieuw te ijken.
2. De aflezing toont de drie opgeslagen standaardoplossingen(0.01, 0.1, 1 M KCl).
Kies de gewenste waarden en druk op CAL. De niet gebruikte standaarden uit-
schakelen.
3. Kies de temperatuur waarnaar alle volgende geleidbaarheidsmetingen zullen
verwijzen (REF: 25°C) en druk op CAL.
4. Spoel de cel enkele malen met de standaardoplossing en dompel ze in deze
standaard. De temperatuur van de oplossing is niet zo belangrijk maar moet
wel tussen 0°C en 30°C liggen. Vergeet niet eerst manueel te compenseren
wanneer geen Pt1000 wordt gebruikt! Kies [IJKEN], druk op CAL en volg de
instructies op het scherm.
5. Spoel de cel enkele malen met de meetoplossing, dompel haar dan in deze
oplossing en lees de meter af.
6. Spoel de cel steeds schoon na gebruik en bewaar ze dan in gedistilleerd water
(voeg een kleine hoeveelheid detergent toe om het sponsachtige platina-
oppervlak in optimale conditie te houden).
Capacitieve compensatie:
1. De capacitieve compensatie verhoogt de nauwkeurigheid in de zeer lage meet-
bereiken (<10 µS/cm). Kies of deze compensatie al dan niet moet worden
toegepast. Controleer of de aangesloten cel wel volledig droog is en druk op
CAL. Kies [CAP.COMP] (ja of nee) en druk op CAL. Volg de instructies op het
scherm.
1. Kies het gewenste meetbereik met çè. Op de aflezing wordt de gemeten
waarde (in ppm of %O
Druk op CAL om opnieuw te ijken.
2. De aflezing toont de saliniteitscorrectie. Stel de saliniteit in op nul tenzij u
gaat meten in oplossingen met een hoog zoutgehalte zoals b.v. zeewater (35
g/l). Kies [IJKEN], druk op CAL en volg de instructies op het scherm.
3. De elektrode blootgesteld aan de lucht, bereikt een evenwichtstoestand die
overeen komt met de partiële zuurstofdruk zoals in een waterige oplossing
verzadigd met lucht. Het toestel toont de mg/l, stroom, temperatuur van de
elektrode, en ijkt automatisch wanneer de metingen stabiel zijn.
4. Reinig de elektroden met gedistilleerd water, dompel ze in de meetoplossing
en lees de meter af. Tijdens het meten is het verplicht de oplossing te roeren
om de homogeniteit te bevorderen! De stroomsnelheid moet hierbij minstens
10 cm/s bedragen.
5. Spoel de elektrode steeds schoon na gebruik en bewaar ze dan in gedistilleerd
water.
•
Druk op ê om de resolutie te veranderen tussen 0.1 en 0.01 mg/l of tussen 1
en 0.1 %.
Luchtdrukmeting:
1. Kies het gewenste meetbereik met çè. Op de aflezing wordt de gemeten
waarde onmiddellijk aangeduid volgens de voorgaande ijking. Druk op CAL om
opnieuw te ijken.
2. Kies [IJKEN], druk vervolgens op CAL, stel de juiste waarde in, en druk op
CAL.
•
Kies [RESET] en druk op CAL om de ijking te annuleren.
) onmiddellijk aangeduid volgens de voorgaande ijking.
2
R361 • R362 • R363