Netverbindingen
Ingangen
Uitgangen
(R362, R363)
9
Netspanning
Verbind fase aan klem (P), neutraal aan klem (N) en aarde aan aardingsklem.
Relais
Er zijn vier relais (REL1...REL4) met spanningsvrije contacten. Verbind de twee
contacten in serie met de belasting. De aangesloten belasting moet tussen 12...250
VAC, max. 1 A, liggen.
De meetelektroden moeten met de coaxiale ingangen CH1 of CH2 worden ver-
bonden. Automatische temperatuurcompensatie en meting zijn mogelijk wanneer
een Pt1000 thermocompensator aan de °C1- of °C2-klemmen wordt aangesloten.
Zonder Pt1000 is de manuele temperatuurcompensatie automatisch ingeschakeld.
•
Bij sommige toepassingen moet een aardingsstaaf, nabij de elektroden, in
de vloeistofstroom ondergedompeld worden. Verbind deze echter uitsluitend
met de elektronische massa (MASS)!
•
De niet gebruikte ingangsklemmen altijd afdekken met de bijgeleverde afdek-
kapjes!
Schrijver
Twee schrijvers, één voor elk kanaal, kunnen aangesloten worden aan de (+) en (-)
klemmen (OUT1) en (OUT2). Max. impedantie = 300 Ω.
RS485
Gebruik uitsluitend STP kabel om tot 31 regelaars met een computer te verbin-
den!
R362(1)
R362(2)
G B A G
G B A G
R362(3)
A2002 adapter RS485/RS232
G B A G
Controleer de dipswitches:
SW1=on
SW2-6=off
A
B
GND
R361 • R362 • R363