Nederlands
Bandenspanning controleren
Opmerking
Om productieredenen kan de ban-
denspanning hoger zijn dan noodza-
kelijk.
Bandenspanning controleren. In-
dien nodig corrigeren (zie ge-
deelte „Onderhoud"):
– Voor:
1,0 bar
– Achter:
0,7 bar
Bestuurdersstoel instellen
Afbeelding 2
Stoel in de gewenste positie
brengen.
Stuurwiel instellen
(afhankelijk van model)
Afbeelding 3
Vergrendelingsknop indrukken
en stuurwiel in de gewenste posi-
tie (a, b, c) brengen.
Opmerking
Let op een correcte vergrendeling van
stuurwiel!
Motor starten
Opmerking
Sommige modellen hebben geen
choke. De motor stelt zich automa-
tisch op de start in.
Open de benzinekraan (indien
aanwezig – zie de motorhandbo-
ek).
Neem plaats op de bestuurders-
stoel.
Het maaiwerk uitschakelen en
omhoog zetten:
– PTO-hendel in Uit-stand
brengen.
– De hendel voor het instellen
van de maaihoogte instellen
op „5" (maaiwerk boven).
De parkeerrem activeren.
Zet de rijrichtinghendel op „N".
Zet de gashendel op
Bij een koude motor de choke
uittrekken of zet de gashendel
op
.
44
Draai de contactsleutel naar
tot de motor loopt (startpoging
max. 5 seconden, wacht 10 se-
conden tot de volgende poging).
Loopt de motor, de contactsleutel
naar
Zodra de motor loopt, choke/ga-
shendel langzaam terugzetten
tot de motor rustig loopt.
Motor stoppen
Zet de gashendel in de middelste
gasstand.
Laat de motor ca. 20 minuten lo-
pen.
Zet de contactsleutel naar
Trek de contactsleutel uit het
contactslot.
Activeer de parkeerrem voordat
u de machine verlaat.
Rijden
!
Gevaar
Abrupt wegrijden, plotseling stop
pen en rijden met te hoge snelheid,
verhoogt de kans op ongevallen en
kan tot beschadiging van de
machine leiden. Wees bijzonder
voorzichtig bij het achteruitrijden.
Verstel het stuurwiel, resp. de
bestuurdersstoel nooit tijdens het
rijden.
Let op! Beschadiging van de
machine.
Verander nooit van rijrichting
zonder de machine eerst tot
stilstand te brengen.
Motor zoals aangegeven starten.
De parkeerrem losmaken:
Koppelings-/rempedaal hele-
maal indrukken. Hendel naar een
snelheidsstand duwen.
Zet de rijrichtinghendel in de juis-
te stand.
Laat het koppelings- en remped-
aal langzaam opkomen tot de
machine rijdt.
.
Machine stoppen
Trap het koppelings- en remped-
aal in tot de machine stilstaat.
Gebruiksaanwijzing zitmaaier
Maaien
Bij normaal gebruik
■
contactslot): Schakel het
maaiwerk uit voor het achteruit
draaien.
rijden en zet het omhoog.
Bij achteruit maaien
■
contactslot): Wees bijzonder
voorzichtig bij het achteruit
maaien, maai alleen achteruit
indien dit beslist noodzakelijk is.
Verander niet van rijrichting als
de machine rolt of rijdt.
.
Motor zoals aangegeven starten.
Zet de gashendel op
voldoende vermogen.
De parkeerrem losmaken:
Koppelings-/rempedaal hele-
maal indrukken. Hendel naar een
snelheidsstand duwen.
Zet de rijrichtinghendel op „F"/
vooruit.
-
Schakel het maaiwerk in:
– PTO inschakelen
Zet het maaiwerk omlaag.
Laat het koppelings- en remped-
aal langzaam opkomen tot de
machine rijdt.
Grasvanger legen
Wanneer gemaaid gras op de grond
blijft liggen:
Machine stoppen.
De parkeerrem activeren.
Maaiwerk uitschakelen.
Afb. 10a
Grasvanger aan achterste greep
omhoog trekken en leegmaken.
of
Afb. 10b
Stop de motor en wacht tot alle
bewegende delen tot stilstand
gekomen zijn.
Verwijder de grasvanger.
Grasvanger leegmaken.
De grasvanger weer aanbren-
gen.
/
(zie bediening
(zie bediening
voor
.